Engels → Nederlands - wither

Uitspraak
ww. verwelken, vergaan; doen verwelken/vergaan

Engels → Duits - wither

Uitspraak
v. verblühen, verwelken, verdorren, einschrumpeln; schaden

Engels → Engels - wither

Uitspraak
v. wilt, fade; become shriveled; degenerate; cause to be ashamed (as with a look of scorn); harm; shrivel, dry

Engels → Frans - wither

Uitspraak
v. se flétrir, se dessécher; se ratatiner; dégénérer; confondre; nuire; dessécher

Engels → Indonesisch - wither

Uitspraak
v. layu: menjadi layu, melayu, mengalum, mengering, bertambah buruk, meranggas, melayukan, menghancurkan

Engels → Italiaans - wither

Uitspraak
v. appassire, avvizzire, seccare, seccarsi, inaridire; sfiorire; (fig) indebolirsi, perdere forza

Engels → Pools - wither

Uitspraak
v. schnąć, uschnąć, zeschnąć, zanikać, obumierać, przemijać, przekwitać, więdnąć, przywiędnąć, uwiędnąć, zwiędnąć, zamierać, zwarzyć, marnieć, usychać, zsychać, zaniknąć, zamrzeć

Engels → Portugees - wither

Uitspraak
v. encolher; secar; murchar; fenecer; enfraquecer, debilitar; encolher-se; prejudicar; degenerar-se

Engels → Roemeens - wither

Uitspraak
v. chinui pe cineva, face pe cineva să tânjească, veşteji, ofili, tânji, fana, păli, veşteji: se veşteji, istovi, stinge, nimici, fulgera cu privirea {fam.}

Engels → Russisch - wither

Uitspraak
г. вянуть, отцветать, сохнуть, блекнуть, лишать свежести, ослабевать

Engels → Spaans - wither

Uitspraak
v. marchitar, acorcharse, agostar, desflorecer, marchitarse, mustiarse, secarse

Engels → Oekraïens - wither

Uitspraak
v. в'янути, сохнути, висушувати, занапащати, чахнути, знижуватися, знищувати, вицвітати, зав'янути, зблякнути

Engels → Grieks - wither

Uitspraak
ρήμ. μαραίνω, μαραίνομαι, φθίνω

Engels → Turks - wither

Uitspraak
f. solmak, kalmamak, kaybolmak, yitmek, soldurmak, kurutmak, utandırmak, susturmak

Engels → Arabisch - wither

Uitspraak
‏ذبل، ذوى، شل، شده، صعق‏

Engels → Chinees - wither

Uitspraak
(动) 枯萎, 感到羞愧, 衰退; 使凋谢, 使畏缩, 使消亡

Engels → Chinees - wither

Uitspraak
(動) 枯萎, 感到羞愧, 衰退; 使凋謝, 使畏縮, 使消亡

Engels → Hindi - wither

Uitspraak
v. मुरझाना, कुम्हलाना, म्लान हो जाना

Engels → Japans - wither

Uitspraak
(動) しおれる; しぼむ; 弱まる; 恥ずかしがる(軽視によって); 害する; 衰える

Engels → Koreaans - wither

Uitspraak
동. 시들다, 약해지다; 시들게 하다, 쇠퇴시키다; 말라죽게하다; 부끄럽게 하다; 손상시키다; 움츠러 들게 하다

Engels → Vietnamees - wither

Uitspraak
v. khô héo, úa tàn, làm khô héo


dictionary extension

Werkwoordsvormen

Present participle: withering
Present: wither (3.person: withers)
Past: withered
Future: will wither
Present conditional: would wither
Present Perfect: have withered (3.person: has withered)
Past Perfect: had withered
Future Perfect: will have withered
Past conditional: would have withered
© dictionarist.com