Nederlands → Engels - werk

Uitspraak
adj. ferial
n. work, labour, labor, workmanship, Job, service, employment, employ, metier, pursuits, graft, hards, doing, action, business, oakum, tow
v. work, function, functionate, operate, labour, labor, act, ply, ferment

Duits → Nederlands - werk

Uitspraak
fabriek ,werk

Nederlands → Frans - werk

Uitspraak
1. (algemeen) travail (m); besogne (f) 2. (klok) mouvement (m); rouages (mp); mécanisme (m) 3. (produkt) œuvre (f); ouvrage (m)
4. (beroep) travail (m); job (m) 5. (bedrijf) emploi (m)
6. (muziek) opus (m) 7. (nautisch) étoupe (f)

Duits → Engels - werk

Uitspraak
(das) n. work, deed, act; creation, work of art, composition, opus; works, factory, plant

Duits → Frans - werk

Uitspraak
n. œuvre (f), œuvre d'art (f), mouvement (m), ouvrage (m)

Duits → Italiaans - werk

Uitspraak
n. opera (f), creazione (f), fatica (f), cosa (f), composizione (f), lavoro (m), meccanismo (m), impianto (m), prodotto (m)

Duits → Russisch - werk

Uitspraak
n. дело (n), детище (n), труд (n), работа (n), произведение (n), сочинение (n), завод (n), фабрика (n), предприятие (n), станция (n), сооружение (n)

Duits → Spaans - werk

Uitspraak
n. obra (f), trabajo (m), tarea (f), acto (m), mecanismo (m), fábrica (f), factoría (f), taller: talleres (pl), acción (f), central (m), empresa (f), planta (f), fuerte (m), labor (f), tren (m)

Duits → Turks - werk

Uitspraak
i. eser (n), yapıt (n), iş (n), düzenek (n), işletme (n), atölye (n)

Duits → Chinees - werk

Uitspraak
[das] pl.Werke 工作。劳动。事业。作品。著作。机械装置。工厂。


© dictionarist.com