Spaans → Engels - vivacidad

Uitspraak
n. vivacity; friskiness, briskness

Spaans → Duits - vivacidad

Uitspraak
n. lebhaftigkeit, lebendigkeit, leben, belebtheit, munterkeit, regsamkeit, temperament

Spaans → Frans - vivacidad

Uitspraak
1. (general) folâtrerie (f); vivacité (f)
2. (estado mental) exubérance (f); gaieté débordante; vitalité (f)
3. (persona) animation (f); vivacité (f); chaleur (f) 4. (comportamiento) vivacité (f)

Spaans → Russisch - vivacidad

Uitspraak
n. живость, оживление

Spaans → Koreaans - vivacidad

Uitspraak
n. 민활, 생기, 흥미


dictionary extension
© dictionarist.com