Spaans → Engels - virtud

Uitspraak
[virtud (f)] n. righteousness, virtue, merit

Spaans → Duits - virtud

Uitspraak
n. fähigkeit, kraft, vorzug, tugend, rechtschaffenheit, sittsamkeit

Spaans → Frans - virtud

Uitspraak
1. (ventaja) mérite (m); avantage (m)
2. (conducta moral) vertu (f)
3. (carácter) vertu (f); rectitude (f)

Spaans → Russisch - virtud

Uitspraak
n. добродетель

Spaans → Koreaans - virtud

Uitspraak
n. 덕, 장점


dictionary extension
© dictionarist.com