Engels → Nederlands - vibrate

Uitspraak
ww. trillen, laten beven, opwinden

Engels → Duits - vibrate

Uitspraak
v. vibrieren; zittern, beben

Engels → Engels - vibrate

Uitspraak
v. move back and forth rapidly, oscillate; experience a pulsation, tremble; make a sound by vibrating, resonate; be stirred by a moment of deep emotion
v. quaver, hurl, flicker, throb, thrill, vibrate

Engels → Frans - vibrate

Uitspraak
v. vibrer; faire vibrer; faire osciller

Engels → Indonesisch - vibrate

Uitspraak
v. terhuyung-huyung, menggetar, bergetar, menggigil

Engels → Italiaans - vibrate

Uitspraak
v. vibrare; oscillare; risonare; (fig) fremere

Engels → Pools - vibrate

Uitspraak
v. wibrować, drgać, drżeć, tętnić, pulsować, rezonować, oscylować, rozedrgać się

Engels → Portugees - vibrate

Uitspraak
v. vibrar; tremer

Engels → Roemeens - vibrate

Uitspraak
v. vibra, mişca: se mişca, oscila, agita: se agita, picura, răsuna, tremura, trepida, palpita de, fremăta de, face să oscileze, face să vibreze, face să palpite

Engels → Russisch - vibrate

Uitspraak
г. качаться, колебаться, быть в нерешительности, сомневаться, вибрировать, дрожать, трепетать, вызывать вибрацию, звучать

Engels → Spaans - vibrate

Uitspraak
v. vibrar, trepidar; ser vibrante

Engels → Oekraïens - vibrate

Uitspraak
v. вібрувати, розгойдувати, розгойдуватися, вагатися, коливатися

Engels → Grieks - vibrate

Uitspraak
ρήμ. δονώ, δονούμαι, πάλλω, πάλομαι

Engels → Turks - vibrate

Uitspraak
f. titreşmek, titremek, tereddüd etmek, duraksamak, sallanmak

Engels → Arabisch - vibrate

Uitspraak
‏إهتز، هز، ذبذب، تذبذب، قاس بالتذبذب، إستجاب، تردد، ذبذبة‏

Engels → Chinees - vibrate

Uitspraak
(动) 振动, 激动, 颤动; 使颤动, 使摆动, 使振动

Engels → Chinees - vibrate

Uitspraak
(動) 振動, 激動, 顫動; 使顫動, 使擺動, 使振動

Engels → Hindi - vibrate

Uitspraak
v. कांपना, थरथरना, थरथाना

Engels → Japans - vibrate

Uitspraak
(動) 振動する; 揺れる; 震える音を出す; 震える

Engels → Koreaans - vibrate

Uitspraak
동. 진동하다, 떨리다; 떨리는 소리를 내다; 감동하다, 두근두근하다

Engels → Vietnamees - vibrate

Uitspraak
v. rung, rung động, rung rinh, làm rung động, làm rung rinh


Werkwoordsvormen

Present participle: vibrating
Present: vibrate (3.person: vibrates)
Past: vibrated
Future: will vibrate
Present conditional: would vibrate
Present Perfect: have vibrated (3.person: has vibrated)
Past Perfect: had vibrated
Future Perfect: will have vibrated
Past conditional: would have vibrated
© dictionarist.com