Engels → Nederlands - vacillating

Uitspraak
[vacillate] ww. wankelen, weifelen, schommelen

Engels → Duits - vacillating

Uitspraak
[vacillate] v. schwanken, wanken; zögern

Engels → Engels - vacillating

Uitspraak
[vacillate] v. sway to and from, fluctuate; hesitate, waver

Engels → Frans - vacillating

Uitspraak
adj. indécis, irrésolu, incertain, pas sûr

Engels → Indonesisch - vacillating

Uitspraak
a. terombang-ambing: yg terombang-ambing, bimbang

Engels → Italiaans - vacillating

Uitspraak
[vacillate] v. esitare, tentennare, essere indeciso, titubare; vacillare, barcollare; ondeggiare, oscillare

Engels → Pools - vacillating

Uitspraak
a. chwiejny, niezdecydowany

Engels → Portugees - vacillating

Uitspraak
[vacillate] v. mover-se, cambalear; vacilar, hesitar

Engels → Roemeens - vacillating

Uitspraak
a. ezitant, fluctuant

Engels → Russisch - vacillating

Uitspraak
прил. колеблющийся, нерешительный

Engels → Spaans - vacillating

Uitspraak
[vacillate] v. ser vacilante; vacilar

Engels → Oekraïens - vacillating

Uitspraak
a. нерішучий, хитливий, тремтячий

Engels → Grieks - vacillating

Uitspraak
[vacillate] ρήμ. ταλαντεύομαι

Engels → Turks - vacillating

Uitspraak
s. sallanan, sendeleyen, bocalayan, kararsız, tereddüd eden

Engels → Arabisch - vacillating

Uitspraak
‏متذبذب، متردد‏

Engels → Chinees - vacillating

Uitspraak
[vacillate] (动) 游移不定, 犹豫, 踌躇

Engels → Chinees - vacillating

Uitspraak
[vacillate] (動) 遊移不定, 猶豫, 躊躇

Engels → Hindi - vacillating

Uitspraak
a. हिचकिचानेवाला, दुविधा में पड़ा हुआ, अस्थिरचित्त

Engels → Japans - vacillating

Uitspraak
[vacillate] (動) ぐらつく; ためらう, 躊躇する

Engels → Koreaans - vacillating

Uitspraak
형. 동요하는

Engels → Vietnamees - vacillating

Uitspraak
a. lúc lắc


© dictionarist.com