Engels → Nederlands - titular

Uitspraak
bn. titulair, nominaal

Engels → Duits - titular

Uitspraak
adj. Titel

Engels → Engels - titular

Uitspraak
adj. of title; existing only in title
n. titular; headline; holder; record holder; incumbent
adj. titled, having a title; called; headlined; incumbent

Engels → Frans - titular

Uitspraak
adj. titulaire; nominal

Engels → Indonesisch - titular

Uitspraak
a. tituler, gelar: sbg gelar saja, gelar: berkenaan dgn gelar, judul: sama dgn judul

Engels → Italiaans - titular

Uitspraak
agg. di un titolo, inerente al titolo; per titolo, di diritto, che compete; che ha un titolo; titolare, nominale

Engels → Pools - titular

Uitspraak
a. tytularny, imienny

Engels → Portugees - titular

Uitspraak
adj. titular, relativo a título; nominal

Engels → Roemeens - titular

Uitspraak
n. titular

Engels → Russisch - titular

Uitspraak
прил. номинальный, титулованный, связанный с титулом, связанный с занимаемой должностью, полагающийся по должности, заглавный, связанный с заглавием, связанный с названием

Engels → Spaans - titular

Uitspraak
adj. titular

Engels → Oekraïens - titular

Uitspraak
n. титулований: титулована особа
a. титулований, звання: що стосується звання, номінальний

Portugees → Engels - titular

Uitspraak
n. holder, bearer

Roemeens → Engels - titular

n. holder, titular, keeper, bearer

Spaans → Engels - titular

Uitspraak
v. title, entitle

Engels → Grieks - titular

Uitspraak
επίθ. ονομαστικός, τιμητικός, επίτιμος

Engels → Turks - titular

Uitspraak
i. yalnızca ünvanı olan kimse
s. hak olarak elde tutulan, itibari, ünvandan ibaret olan

Duits → Frans - titular

Uitspraak
adj. titulaire

Duits → Italiaans - titular

Uitspraak
adj. titolare: di titolare

Spaans → Duits - titular

Uitspraak
n. träger, inhaber, titelhalter, rentenempfänger, überschrift, balkenüberschrift, schlagzeile
v. betiteln, benennen, titulieren, überschreiben, titrieren
a. betitelt, ordentlich

Spaans → Russisch - titular

Uitspraak
n. заголовок, руководитель,
v. озаглавливать, называть

Engels → Arabisch - titular

Uitspraak
‏شخص ذو لقب، صاحب حق‏
‏أسمي، حامل لقب، متعلق بلقب‏

Engels → Chinees - titular

Uitspraak
(形) 有名无实的, 有头衔的, 有资格的

Engels → Chinees - titular

Uitspraak
(形) 有名無實的, 有頭銜的, 有資格的

Engels → Hindi - titular

Uitspraak
a. नाम का, नाममात्र का, नामधारी

Engels → Japans - titular

Uitspraak
(形) 名ばかりの; 肩書きの; 表題の

Engels → Koreaans - titular

Uitspraak
형. 명의상의, 이름만의, 직함의, 칭호의, 존칭의, 표제의

Engels → Vietnamees - titular

Uitspraak
n. giám mục danh nghĩa
a. danh nghĩa

Spaans → Koreaans - titular

Uitspraak
n. 지도자, 표제
v. 표제를 붙이다, 주다: ...의 칭호를 주다


© dictionarist.com