Engels → Nederlands - stanch

Uitspraak
ww. stelpen
bn. sterk, hecht, trouw

Engels → Duits - stanch

Uitspraak
v. abbinden
adj. stillen; abbinden

Engels → Engels - stanch

Uitspraak
v. stop the flow of a liquid; cause a wound to stop bleeding (also staunch)
adj. loyal, steadfast; strong, solid, sturdy (also staunch)

Engels → Frans - stanch

Uitspraak
v. arrêter, étancher
adj. fidèle; solide

Engels → Indonesisch - stanch

Uitspraak
v. menghentikan, melunakkan
a. teguh, kukuh, ulat, setia, dipercaya: yg dpt dipercaya, bakti, tahan air

Engels → Italiaans - stanch

Uitspraak
agg. stagnare; stagnare il sangue di; (estens) arrestare il flusso di; tamponare; fermare

Engels → Pools - stanch

Uitspraak
a. arcychrześcijański

Engels → Portugees - stanch

Uitspraak
v. parar
adj. fiel; sólido

Engels → Roemeens - stanch

Uitspraak
v. opri curgerea

Engels → Russisch - stanch

Uitspraak
г. останавливать кровотечение; останавливать поток; облегчить (боль), замедлить ход (болезни)
прил. твердый, стойкий; верный, лояльный; прочный, основательный; непроницаемый, водонепроницаемый

Engels → Spaans - stanch

Uitspraak
v. estancar, restañar; estancarse, quedarse estancado
adj. firme; adicto, fiel, confiable; contener, detener

Engels → Oekraïens - stanch

Uitspraak
v. зупиняти, зупинятися

Engels → Grieks - stanch

Uitspraak
ρήμ. σταματώ την εκροή
επίθ. στερεός, σταθερός, πιστός

Engels → Turks - stanch

Uitspraak
f. kesmek (kan vb.), durdurmak
s. güvenilir, emin, sadık, sağlam, hava ve su geçirmez

Engels → Arabisch - stanch

Uitspraak
‏أوقف نزف الدم‏

Engels → Chinees - stanch

Uitspraak
v. 止住血 (zhı3 zhu4 xue4)
adj. 坚强的 (jıan1 qıang2 de5), 忠实的 (zhong1 shı2 de5)

Engels → Chinees - stanch

Uitspraak
v. 止住血 (zhı3 zhu4 xue4)
adj. 堅強的 (jıan1 qıang2 de5), 忠實的 (zhong1 shı2 de5)

Engels → Japans - stanch

Uitspraak
(形) 止める; 歯止めをかける; 止血する; ふさぐ; 止まる

Engels → Vietnamees - stanch

Uitspraak
v. cầm máu lại


Werkwoordsvormen

Present participle: stanching
Present: stanch (3.person: stanches)
Past: stanched
Future: will stanch
Present conditional: would stanch
Present Perfect: have stanched (3.person: has stanched)
Past Perfect: had stanched
Future Perfect: will have stanched
Past conditional: would have stanched
© dictionarist.com