lengua in Engels

Uitspraak
[lengua (f)] n. tongue; language; lingo; diction

Voorbeeldzinnen

Me he mordido la lengua.
I have bitten my tongue.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
En una escuela de lenguas en los Estados Unidos.
At a language school in the United States.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
¿Le gusta la escuela de lenguas?
Do you really like the language school?
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
Ve a una escuela de lenguas.
Go to a language school.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
Vivo lejos de la escuela de lenguas.
I live a long way from the school of languages.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
Los libros, los mando a la escuela de lenguas.
I will send the books to the school of languages.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
En una escuela de lenguas en los Estados Unidos.
In a language school in the United States.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
No, no hay otra escuela de lenguas.
No, there is not another school of languages.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
Ahora él/ella aprende otra lengua.
Now he/she is learning another language.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
Hay una escuela de lenguas que es muy buena.
There is a school of languages that is very good.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!



dictionary extension
© dictionarist.com