curso in Engels

Uitspraak
[curso (m)] n. course, trend; path; progress; institute; subject

Voorbeeldzinnen

Voy a explicar el tema final de este curso.
I will explain the final topic of this course.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
No hay otro curso de acción.
There is no other course of action.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
Este es el mejor curso de acción.
This is the best course of action.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
Este es el curso de acción más apropiado.
This is the most appropriate course of action.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
Un asteroide errante del Cinturón de Kuiper está en curso de colisión con la Tierra.
A rogue asteroid from the Kuiper Belt is on a collision course with the Earth.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
La Batalla de Manzikert cambió el curso de la historia de Anatolia.
Battle of Manzikert changed the course of the history of Anatolia.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
Fátima es la estudiante de mayor edad en nuestro curso.
Fatima is the eldest student in our class.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
Está en el cuarto curso.
He's in the fourth year.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
Su curso nos ha decepcionado.
His lecture disappointed us.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
Estoy a cargo del curso de tercero.
I am in charge of the third-year class.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!




dictionary extension
© dictionarist.com