Engels → Nederlands - shackle

Uitspraak
zn. boei, kluister; beugel, koppeling; harp; belemmering
ww. boeien, kluisteren; koppelen; belemmeren

Engels → Duits - shackle

Uitspraak
n. Fessel; Fußfessel
v. fesseln; anketten

Engels → Engels - shackle

Uitspraak
n. metal ring used to fasten the hands or ankles, fetter, manacle, handcuff
v. bind someone's hand or ankles with handcuffs, fetter, manacle

Engels → Frans - shackle

Uitspraak
n. chaînes, câble
v. enchaîner, entraver

Engels → Indonesisch - shackle

Uitspraak
n. belenggu, kongkong, kungkung, alat penyangga
v. membelenggu, mengongkong, mengungkung, mengganggu, menyatukan

Engels → Italiaans - shackle

Uitspraak
s. ferri, ceppi, catene; (tecn) anello di trazione a U; gambo; (Mar) maniglia, maniglione
v. mettere in ceppi, mettere ai ferri; incatenare; (fig) impedire, ostacolare, impastoiare; (Mar) ammanigliare

Engels → Pools - shackle

Uitspraak
n. klamra, szakla, okowy, jarzmo, antenowy: izolator antenowy
v. zakuć w kajdany, skuć w kajdany, krępować, sczepiać, skrępować, sczepić

Engels → Portugees - shackle

Uitspraak
s. algema, cadeia, corrente
v. algemar; acorrentar

Engels → Roemeens - shackle

Uitspraak
n. verigă de lanţ, toartă, cataramă, cătuşe, obstacol: obstacole, piedică: piedici
v. pune cătuşele, încătuşa, lega, împiedica, înţepeni {mar.}, uni printr-o verigă

Engels → Russisch - shackle

Uitspraak
с. кандалы, оковы, узы, скоба, соединительный крюк, карабин
г. заковывать; мешать, стеснять

Engels → Spaans - shackle

Uitspraak
s. argolla
v. poner grilletes, aherrojar, encadenar con grilletes, engrillar, poner grilletes a, sujetar con grilletes

Engels → Oekraïens - shackle

Uitspraak
n. обойма
v. заковувати у кайдани, приковувати, сковувати

Engels → Grieks - shackle

Uitspraak
ρήμ. δεσμεύω, πεδικλώνω, πεδικλώ

Engels → Turks - shackle

Uitspraak
f. zincirlemek, kelepçelemek, zincire vurmak, köstek olmak, elini kolunu bağlamak, engel olmak
i. zincir, kelepçe, köstek, zincir baklası, palamar ağzı

Engels → Arabisch - shackle

Uitspraak
‏صفاد، قيد، غل، عائق‏
‏قيد، عاق، غل، صفد‏

Engels → Chinees - shackle

Uitspraak
(名) 桎梏, 束缚物
(动) 加桎梏, 束缚, 加枷锁

Engels → Chinees - shackle

Uitspraak
(名) 桎梏, 束縛物
(動) 加桎梏, 束縛, 加枷鎖

Engels → Hindi - shackle

Uitspraak
n. बंधन
v. हाथ आ‍ैर पैर में बेड़ी डालना, बेड़ी लगाना

Engels → Japans - shackle

Uitspraak
(動) 手かせをはめる; 足かせをはめる; 束縛する
(名) 手かせ, 手錠; 足かせ; 束縛; 掛けがね

Engels → Koreaans - shackle

Uitspraak
명. 수갑, 족쇄
동. 족쇄를 채우다, 수갑을 채우다

Engels → Vietnamees - shackle

Uitspraak
n. cái còng, vòng đeo tay, cái khoen của dây xích
v. còng lại


Werkwoordsvormen

Present participle: shackling
Present: shackle (3.person: shackles)
Past: shackled
Future: will shackle
Present conditional: would shackle
Present Perfect: have shackled (3.person: has shackled)
Past Perfect: had shackled
Future Perfect: will have shackled
Past conditional: would have shackled
© dictionarist.com