Engels → Nederlands - relations

Uitspraak
zn. betrekkingen, verstandelijkheid

Frans → Nederlands - relations

Uitspraak
1. (général) betrekkingen (p); relaties (p)
2. (communication) omgang (m); betrekkingen (fp)
3. (politique) betrekkingen (fp)

Engels → Duits - relations

Uitspraak
n. Verwandter; Beziehung; Verbindung; Zusammenhang

Engels → Frans - relations

Uitspraak
rapports, relations

Engels → Indonesisch - relations

Uitspraak
n. pamili

Engels → Italiaans - relations

Uitspraak
s. relazioni, rapporti di parentela, amicizia o lavoro fra individui; rapporti sessuali

Engels → Pools - relations

Uitspraak
n. kontakty, obcowanie

Engels → Portugees - relations

Uitspraak
s. relaçóes (fpl)

Engels → Roemeens - relations

Uitspraak
n. relaţii, raporturi, contact, termen

Engels → Russisch - relations

Uitspraak
с. связь (F)

Engels → Spaans - relations

Uitspraak
s. relación: relaciones (fpl)

Frans → Engels - relations

Uitspraak
n. relationship, connections, intercourse, dealings, acquaintance

Engels → Grieks - relations

Uitspraak
ουσ. συγγένειες

Engels → Turks - relations

Uitspraak
i. aile

Frans → Duits - relations

Uitspraak
n. bekanntschaft, bekanntenkreis, verkehr, verhältnis, beziehungen

Frans → Italiaans - relations

Uitspraak
1. (général) relazioni (fp)
2. (communication) rapporti (mp); relazioni (fp)
3. (politique) relazioni (fp)

Frans → Portugees - relations

Uitspraak
1. (général) relações (fp)
2. (communication) relação (f); relacionamento (m)
3. (politique) relações (fp)

Frans → Spaans - relations

Uitspraak
1. (général) relaciones (fp)
2. (communication) trato (m)
3. (politique) relaciones (fp)

Engels → Arabisch - relations

Uitspraak
‏ذو القربى، إتصالات، علاقات عامة‏

Engels → Hindi - relations

Uitspraak
n. रिश्ता

Engels → Japans - relations

Uitspraak
(名) 交わり

Engels → Koreaans - relations

Uitspraak
명. 처지, 울, 이성과의 관계

Engels → Vietnamees - relations

Uitspraak
n. sự giao hửu, sự giao thiệp, sự kể lại, sự quan hệ, sự tương quan, tự thuật, thân tộc, thân thuộc


© dictionarist.com