Nederlands → Engels - redden

Uitspraak
v. save, rescue, face: save one's face, salvage, brino off

Engels → Nederlands - redden

Uitspraak
ww. blozen

Nederlands → Frans - redden

Uitspraak
1. (algemeen) sauver
2. (reputatie) sauver; racheter
3. (gevaar) sauver

Engels → Duits - redden

Uitspraak
v. röten; erröten; sich rot färben

Engels → Engels - redden

Uitspraak
v. blush, turn red, become red
v. save, rescue, save one's face, salvage, bring off, redeem
n. rejection, denial, refusal, disallowance, disavowal, refutation, negation, no, veto, negative, defeat, repudiation, nay

Engels → Frans - redden

Uitspraak
v. rougir, devenir rouge; rendre rouge; roussir

Engels → Indonesisch - redden

Uitspraak
v. merah: menjadi merah, memerah, memerahkan, merah: menjadikan merah, malu

Engels → Italiaans - redden

Uitspraak
v. arrossare; far arrossire

Engels → Pools - redden

Uitspraak
v. czerwienić, sczerwienieć, zaczerwienić się, kraśnieć, zabarwiać na czerwono, płonąć, pąsowieć, zaczerwieniać się

Engels → Portugees - redden

Uitspraak
v. avermelhar, corar, enrubescer, ruborizar

Engels → Roemeens - redden

Uitspraak
v. roşi, înroşi, înroşi: se înroşi, rumeni, dogori, aprinde

Engels → Russisch - redden

Uitspraak
г. краснеть, алеть, зардеться, разрумянить

Engels → Spaans - redden

Uitspraak
v. enrojecerse, sonrojarse; arrebolar, teñir de carmesí

Engels → Oekraïens - redden

Uitspraak
v. червоний: забарвлювати в червоний колір, почервоніти, зашарітися

Engels → Grieks - redden

Uitspraak
ρήμ. κοκκινίζω, ερυθριώ

Engels → Turks - redden

Uitspraak
f. kırmızılaştırmak, kızarmak, kırmızılaşmak, kızıllaşmak

Engels → Arabisch - redden

Uitspraak
‏حمر، تورد خجلا، خجل‏

Engels → Chinees - redden

Uitspraak
(动) 使变红, 染红; 变红, 脸红

Engels → Chinees - redden

Uitspraak
(動) 使變紅, 染紅; 變紅, 臉紅

Engels → Hindi - redden

Uitspraak
v. लाल होना

Engels → Japans - redden

Uitspraak
(動) 赤くなる; 赤面する

Engels → Koreaans - redden

Uitspraak
동. 붉게 되다, 붉어지다

Engels → Vietnamees - redden

Uitspraak
v. làm thành đỏ, làm cho đỏ


Werkwoordsvormen

Tegenwoordig en verleden deelwoord: reddend; gered
Presens: red, redt, redt (4e - 6e pers.) redden
Imperfect: (1e - 3e pers.) redde (4e - 6e pers.) redden
Toekomende tijd I: zal redden, zult redden, zal redden (4e - 6e pers.) zullen redden
Conditionalis I: (1e - 3e pers.) zou redden (4e - 6e pers.) zouden redden
Perfectum: heb gered, hebt gered, heeft gered (4e - 6e pers.) hebben gered
Voltooid verleden tijd
© dictionarist.com