Nederlands → Frans - origine

Uitspraak
(algemeen) origine (f)

Frans → Nederlands - origine

Uitspraak
1. (général) oorsprong (m); origine (f)
2. (commencement) afkomst (f); wording (f); worden (n); ontstaan (n); genese (f); geboorte (f); begin (n); aanvang (m); oorsprong (m); bron (m/f)
3. (famille) afkomst (f) 4. (personne) afstamming (f); afkomst (f)

Frans → Engels - origine

Uitspraak
(f) n. origin, root, source; descent, parentage, rise

Italiaans → Engels - origine

Uitspraak
n. origin, Genesis, beginning, source, rise, cause; birth, parentage, race

Roemeens → Engels - origine

n. origin, origination, commencement, beginning, birth, genesis, provenance, rise, derivation, extraction, emanation, growth, source, spring, fountainhead, cause, descent, parent, parentage, ancestry, blood, strain, root, root stock, etymology

Spaans → Engels - origine

Uitspraak
[originar] v. originate; gender

Frans → Duits - origine

Uitspraak
n. entstehung, ursache, herkunft, abstammung, wurzel, ursprung

Italiaans → Duits - origine

Uitspraak
n. entstehung, genesis, herkunft, geburt, mutter, ursprung, anfang, nullpunkt, urquell, entstehen, herkommen

Frans → Italiaans - origine

Uitspraak
1. (général) origine (f)
2. (commencement) derivazione (f); origine (f); genesi (f); nascita (f); inizio (m); principio (m); fonte (f)
3. (famille) origine (f) 4. (personne) estrazione (f); origine (f)

Frans → Portugees - origine

Uitspraak
1. (général) origem (f)
2. (commencement) origem (f); começo (m); fonte (f); génese (f); gênese (f) (Lat. Amer.); nascimento (m); princípio (m)
3. (famille) ascendência (f) 4. (personne) origem (f); descendência (f)

Frans → Russisch - origine

Uitspraak
n. источник (f), происхождение (f), возникновение (f), начало (f), начало отсчета (тех.) (f)

Frans → Spaans - origine

Uitspraak
1. (général) origen (m)
2. (commencement) origen (m); génesis (m){invariable}; nacimiento (m); principio (m); comienzo (m)
3. (famille) origen (m) 4. (personne) origen (m); descendencia (f)

Italiaans → Frans - origine

Uitspraak
1. (generale) origine (f) 2. (inizio) origine (f); genèse (f); naissance (f); commencement (m); source (f)
3. (generale) genèse (f); naissance (f); apparition (f) 4. (famiglia) origine (f)
5. (etnologia) descendance (f) 6. (persona) origine (f); extraction (f)

Frans → Turks - origine

Uitspraak
[la] başlangıç, kaynak, kök, asıl; soy


© dictionarist.com