Frans → Nederlands - ordre

Uitspraak
1. (état) orde (m/f); ordelijkheid (f) 2. (mathématiques) volgorde (m/f); orde (m/f)
3. (militaire) order (m/f/n); instructie (f) 4. (commandement) bevel (n); gebod (n); order (m/f/n)
5. (disposition) plaatsing (f); schikking (f); ordening (f); rangschikking (f)

Frans → Engels - ordre

Uitspraak
(m) n. order, sequence; bidding; organization, tidiness, command; charge, injunction; instruction, method

Frans → Duits - ordre

Uitspraak
n. ordnung, reihenfolge, abfolge, gattung, natur, art, order, anordnung, aufforderung, berufsstand, verband, orden, stand, befehl, auftrag, geheiß, kommando

Frans → Italiaans - ordre

Uitspraak
1. (état) ordine (m) 2. (mathématiques) ordine (m)
3. (militaire) istruzione (f); ordine (m) 4. (commandement) comando (m); ordine (m); mandato (m)
5. (disposition) disposizione (f); sistemazione (f); ordinamento (m)

Frans → Portugees - ordre

Uitspraak
1. (état) ordem (f) 2. (mathématiques) seqüência (f); ordem (f)
3. (militaire) instrução (f); ordem (f) 4. (commandement) comando (m); ordem (f)
5. (disposition) disposição (f); arranjo (m); ordem (f)

Frans → Russisch - ordre

Uitspraak
n. порядок (m), упорядоченность (m), опрятность (m), строй (m), расположение (m), приказ (m), распоряжение (m), наказ (m), поручение (m), повеление (m), предписание (m), указание (m), расписание (m), ордер (m), сословие (m), орден (m), устройство (m), ра
заказ (тех.) (m), ряд (тех.) (m)

Frans → Spaans - ordre

Uitspraak
1. (état) orden (m) 2. (mathématiques) orden (m)
3. (militaire) instrucción (f); orden (m) 4. (commandement) mandamiento (m); orden (m); mandato (m); precepto (m)
5. (disposition) disposición (f); orden (m); arreglo (m)

Frans → Turks - ordre

Uitspraak
[le] sıra; düzen; emir, buyruk; yol, usul; sınıf; tarikat; oda, birlik, meslek derneği; düzenlik; ödev; ciro


© dictionarist.com