Nederlands → Engels - onwaarheid

Uitspraak
n. untruth, sklent

Nederlands → Frans - onwaarheid

Uitspraak
1. (verklaring) contrevérité (f); mensonge (m)
2. (verhaal) fausseté (f)
3. (onjuistheid) fausseté (f); inexactitude (f)


dictionary extension
© dictionarist.com