Spaans → Engels - nacimiento

Uitspraak
n. birth, calve, nativity, dawn, formation

Spaans → Duits - nacimiento

Uitspraak
n. geburt, herkunft, ursprung, entstehung, werden, quell, born, wurzel, ansatz, anfang, keimen, krippe

Spaans → Frans - nacimiento

Uitspraak
1. (general) naissance (f)
2. (principio) genèse (f); origine (f); naissance (f)
3. (origen) genèse (f); naissance (f); apparition (f)

Spaans → Russisch - nacimiento

Uitspraak
n. рождение, происхождение

Spaans → Koreaans - nacimiento

Uitspraak
n. 발생, 원천


dictionary extension
© dictionarist.com