Portugees → Engels - mentira

Uitspraak
n. lie, tall tale, bung, canard, caulker

Spaans → Engels - mentira

Uitspraak
[mentira (f)] n. lie, untruthful statement, falsehood; deception; counterfeit

Spaans → Duits - mentira

Uitspraak
n. lüge, wahn, schein, unwahrheit, schwindelei

Portugees → Frans - mentira

Uitspraak
1. (afirmação) mensonge (m); contrevérité (f)
2. (história) invention (f); fiction (f); fantaisie (f); mensonge (m)

Spaans → Frans - mentira

Uitspraak
1. (declaración) mensonge (m); contrevérité (f)
2. (relato) invention (f); fiction (f); fantaisie (f); mensonge (m)

Spaans → Russisch - mentira

Uitspraak
n. ложь, неправда

Spaans → Koreaans - mentira

Uitspraak
n. 거짓말


© dictionarist.com