Portugees → Engels - marcado

Uitspraak
adj. marked, measured, pronounced, reserved, well-marked

Spaans → Engels - marcado

Uitspraak
adj. marked; strong; sharp; bold; packed

Spaans → Duits - marcado

Uitspraak
n. anlage, einlegen, wasserwelle
a. deutlich, betont, ausgeprägt, ausgesprochen, markant

Portugees → Frans - marcado

Uitspraak
1. (sotaque) fort; gros; prononcé
2. (perceptível) prononcé; marqué; remarquable
3. (rosto) grêlé 4. (tempo) fixé; préétabli

Spaans → Frans - marcado

Uitspraak
1. (acento) fort; gros; prononcé
2. (perceptible) prononcé; marqué; remarquable

Spaans → Russisch - marcado

Uitspraak
adj. очевидный

Spaans → Koreaans - marcado

Uitspraak
adj. 표가 있는, 명백한, 분명한


dictionary extension
© dictionarist.com