Engels → Nederlands - mania

Uitspraak
zn. waanzin, gekte; passie; manie

Engels → Duits - mania

Uitspraak
n. Manie, Wahnsinn (Psychologie, Enthusiasmus)

Engels → Engels - mania

Uitspraak
n. extreme excitement, intense fascination; insanity, madness
v. handle, wield; operate, use, pull; mishandle
n. mania, obsession, craze, trick, fad, crotchet, rage

Engels → Frans - mania

Uitspraak
n. manie; folie; délire; passion; désir

Engels → Indonesisch - mania

Uitspraak
n. keranjingan, kekeranjingan, kegilaan

Engels → Italiaans - mania

Uitspraak
s. mania; smania, fissazione

Engels → Pools - mania

Uitspraak
n. obłęd, mania, fioł

Engels → Portugees - mania

Uitspraak
s. loucura; cobiça, desejo; mania

Engels → Roemeens - mania

Uitspraak
n. manie, nebunie, delir, idee fixă

Engels → Russisch - mania

Uitspraak
с. мания

Engels → Spaans - mania

Uitspraak
s. manía, locura

Engels → Oekraïens - mania

Uitspraak
n. манія, захоплення

Italiaans → Engels - mania

Uitspraak
n. mania, obsession, craze, trick, fad, crotchet, rage

Pools → Engels - mania

n. fad, fixation, mania

Portugees → Engels - mania

Uitspraak
n. habit, crank, craze, fad, mania

Roemeens → Engels - mania

v. anger, chafe, make angry, infuriate, provoke

Engels → Grieks - mania

Uitspraak
ουσ. μανία, τρέλα, τρέλλα

Engels → Turks - mania

Uitspraak
i. delilik, cinnet
snk. düşkünlük

Italiaans → Duits - mania

Uitspraak
n. manie, sucht, süchtigkeit, besessenheit, versessenheit, wahn, rappel

Turks → Engels - mania

[mania] n. extreme excitement, intense fascination; insanity, madness
v. handle, wield; operate, use, pull; mishandle
n. mania, obsession, craze, trick, fad, crotchet, rage

Italiaans → Frans - mania

Uitspraak
1. (moda) vogue (f); fureur (f); mode (f); vague (f); vent (m) 2. (abitudine) manie (f); tic (m); trait particulier; habitude ennuyeuse
3. (psicologia) manie (f) 4. (psichiatria) fantasme (m); idée fixe
5. (comportamento) caprice (m); fantaisie (f)

Portugees → Frans - mania

Uitspraak
1. (moda) vogue (f); fureur (f); mode (f); vague (f); vent (m)
2. (hábito) manie (f); tic (m); trait particulier; habitude ennuyeuse
3. (psicologia) manie (f) 4. (comportamento) bizarrerie (f); excentricité (f); marotte (f); manie (f); trait particulier

Turks → Duits - mania

Leitplanke

Turks → Russisch - mania

n. заграждение (N), барьер (M), трудность (F)

Engels → Arabisch - mania

Uitspraak
‏هوس، المس ضرب من الجنون‏

Engels → Chinees - mania

Uitspraak
(名) 狂躁, 狂热, 热衷

Engels → Chinees - mania

Uitspraak
(名) 狂躁, 狂熱, 熱衷

Engels → Hindi - mania

Uitspraak
n. ख़ब्त, सनक, उन्माद, पागलपन, धुन, झक

Engels → Japans - mania

Uitspraak
(名) マニア; 躁病; 熱狂

Engels → Koreaans - mania

Uitspraak
명. 극단적인 열광, 집착적으로 좋아함; 미침

Engels → Vietnamees - mania

Uitspraak
n. tính ham mê


© dictionarist.com