Nederlands → Engels - making

Uitspraak
n. making

Engels → Nederlands - making

Uitspraak
zn. schepping; creatie; voorbereiding, ontstaan; belangrijke eigenschap

Engels → Duits - making

Uitspraak
[make] v. machen; bauen; anlegen; herstellen, produzieren, anfertigen, fabrizieren; schaffen; zubereiten; bilden; formulieren (Gesetz)
n. Herstellung, Produktion, Fabrikation; Entstehung; im Werden; Veranlagungen

Engels → Engels - making

Uitspraak
n. act of one who makes; something made, something manufactured; process of manufacturing; means by which success is achieved
n. making

Engels → Frans - making

Uitspraak
n. fabrication; construction; confection; création; qualité, trésor

Engels → Indonesisch - making

Uitspraak
n. pembinaan, penyusunan, pengadaan

Engels → Italiaans - making

Uitspraak
s. fattura, fabbricazione, produzione; causa del successo, causa della fortuna; costituzione, composizione, formazione; promulgazione, emanazione

Engels → Pools - making

Uitspraak
n. zrobienie, wyrób, skład, materiał

Engels → Portugees - making

Uitspraak
s. estrutura; forma; composição; fabrico; trabalho; manufatura

Engels → Roemeens - making

Uitspraak
n. facere, creare, construire, alcătuire, întocmire, mână de lucru, devenire, operă, contribuţie, câştig: câştiguri, venituri, aptitudini
a. făcător, produce: care produce, crea: care creează

Engels → Russisch - making

Uitspraak
с. создание; становление; производство, изготовление; форма; работа, ремесло

Engels → Spaans - making

Uitspraak
s. confección, construcción, hechura

Engels → Oekraïens - making

Uitspraak
n. творення, виробництво, форма, вироблення, роблення

Engels → Grieks - making

Uitspraak
ουσ. ποίηση, κατασκευή

Engels → Turks - making

Uitspraak
i. yapma, etme, yapı, başarı sebebi

Engels → Arabisch - making

Uitspraak
‏عمل‏

Engels → Chinees - making

Uitspraak
(名) 制造; 形成; 组合; 一次的制造量; 成功的因素, 赚头

Engels → Chinees - making

Uitspraak
(名) 製造; 形成; 組合; 一次的製造量; 成功的因素, 賺頭

Engels → Hindi - making

Uitspraak
n. निर्माण, स्थापना, उपज, पैदावार, उत्पादन, गठन, बनावट

Engels → Japans - making

Uitspraak
(名) 作ること; 成功させる原因; 素質
(動) 作る; 作成する; 建設する; 用意する; 得る; 生じさせる; …に〜させる; する; 〜にする

Engels → Koreaans - making

Uitspraak
명. 만들기; 만들어진 것, 제조된 것; 제조하는 과정; 성공의 수단

Engels → Vietnamees - making

Uitspraak
n. cách làm, chế tạo, dấu hiệu sản phẩm, hình vóc của ai


© dictionarist.com