Italiaans → Engels - magro

Uitspraak
adj. thin, skinny, slim, lean; skimmed, low fat; poor, meagre, meager, scant

Portugees → Engels - magro

Uitspraak
adj. angular, bony, thin; haggard, gaunt; jejune; lank, lean; meager, scrawny; reduced, shrunken; skinny, slender

Spaans → Engels - magro

Uitspraak
adj. lean, skinny

Italiaans → Duits - magro

Uitspraak
adj. mager, hager, fettfrei, schlank, schmal, karg, kärglich, schwach, spitz, klamm

Spaans → Duits - magro

Uitspraak
a. mager, hager

Italiaans → Frans - magro

Uitspraak
1. (corpo) maigre; mince; fin; osseux; squelettique
2. (cibo) maigre
3. (quantità) pauvre; peu abondant; chiche; maigre 4. (persona) émacié; décharné; maigre

Portugees → Frans - magro

Uitspraak
1. (corpo) maigre; mince; fin; osseux; squelettique; décharné; efflanqué; menu
2. (comida) maigre
3. (quantidade) pauvre; peu abondant; chiche; maigre 4. (pessoa) grêle; chétif

Spaans → Frans - magro

Uitspraak
(comida) maigre

Spaans → Russisch - magro

Uitspraak
adj. худой

Spaans → Koreaans - magro

Uitspraak
adj. 야윈


© dictionarist.com