Engels → Nederlands - invite

Uitspraak
ww. inviteren, uitnodigen; vragen om; aantrekken, lokken

Engels → Duits - invite

Uitspraak
v. einladen; verführen; öffentlich einladen; fordern; bitten

Engels → Engels - invite

Uitspraak
v. request the presence of; solicit, politely request; attract; encourage, provoke, promote
v. invite, summon; ask, bid
n. guest, visitor

Engels → Frans - invite

Uitspraak
v. inviter, constituer une invitation, demander officiellement, attirer, être appétissant

Engels → Indonesisch - invite

Uitspraak
v. mengundang, mengajak, mempersinggah, mempersinggahkan, memperbasakan, mendatangkan, menyilakan, mempersilakan, menyudikan, mempersudikan, memperbahasakan, meminta, menarik

Engels → Italiaans - invite

Uitspraak
v. invitare; esortare; chiedere formalmente a, richiedere formalmente a; incoraggiare a, favorire; provocare, far nascere; invogliare, allettare

Engels → Pools - invite

Uitspraak
v. zapraszać, zachęcać, poprosić, narazić się, zaprosić, zachęcić

Engels → Portugees - invite

Uitspraak
v. convidar; solicitar; invitar; chamar; tentar; atrair

Engels → Roemeens - invite

Uitspraak
v. invita, pofti, solicita, ruga, interveni la, stârni, provoca, atrage după sine, ispiti

Engels → Russisch - invite

Uitspraak
г. приглашать, звать, позвать, созвать, просить, побуждать, привлекать, манить, навлекать на себя

Engels → Spaans - invite

Uitspraak
v. invitar, convidar; tentar; pedir; ser invitador

Engels → Oekraïens - invite

Uitspraak
n. запрошення
v. запрошувати, схиляти, привертати, визвати, ззивати, кликати, наволати, просити, скликати

Engels → Grieks - invite

Uitspraak
ρήμ. προσκαλώ, καλώ, ενθαρρύνω

Engels → Turks - invite

Uitspraak
f. davet etmek, çağırmak, istemek, çekmek, neden olmak

Engels → Arabisch - invite

Uitspraak
‏دعا، شجع، أغرى‏

Engels → Chinees - invite

Uitspraak
(动) 邀请; 请求; 招待; 征求

Engels → Chinees - invite

Uitspraak
(動) 邀請; 請求; 招待; 徵求

Engels → Hindi - invite

Uitspraak
n. निमन्त्रण, बुलावा, आमंत्रण, निमंत्रण पत्र
v. मांगना, निमन्त्रण देना, आमंत्रित करना, आकषिर्त करना, न्योतना

Engels → Japans - invite

Uitspraak
(動) 招待する; 促す; 依頼する

Engels → Koreaans - invite

Uitspraak
동. 초대하다; 청하다; 매혹하다; 고양하다

Engels → Vietnamees - invite

Uitspraak
n. sự mời, sự thỉnh cầu, sự thỉnh mời
v. thỉnh, mời, rủ, gây ra


Werkwoordsvormen

Present participle: inviting
Present: invite (3.person: invites)
Past: invited
Future: will invite
Present conditional: would invite
Present Perfect: have invited (3.person: has invited)
Past Perfect: had invited
Future Perfect: will have invited
Past conditional: would have invited
© dictionarist.com