Engels → Nederlands - infuse

Uitspraak
ww. (in)gieten, ingeven

Engels → Duits - infuse

Uitspraak
v. eingießen; einweichen; aufgießen; ziehen (lassen); einflößen; erfüllen

Engels → Engels - infuse

Uitspraak
v. instill, fill with, ingrain; inspire; steep in a liquid to extract certain ingredients
adj. inborn, natural, innate, present at birth
v. infuse, inject, draw, drench, slake

Engels → Frans - infuse

Uitspraak
v. verser, couler; répandre; insuffler; remplir; pénétrer;infuser (thé)

Engels → Indonesisch - infuse

Uitspraak
v. memompakan, menanamkan, menanam, memasukkan

Engels → Italiaans - infuse

Uitspraak
v. mettere in infusione, fare un infuso di; versare, immettere; (fig) infondere, istillare, ispirare

Engels → Pools - infuse

Uitspraak
v. natchnąć kogoś czymś, rozmiłować, przelewać, zaparzać, naparzać, parzyć, przelać, zaparzyć, naparzyć

Engels → Portugees - infuse

Uitspraak
v. infundir, incular; insinuar; inspirar; introduzir; derramar

Engels → Roemeens - infuse

Uitspraak
v. turna, infuza, vărsa, insufla, inspira

Engels → Russisch - infuse

Uitspraak
г. вливать, вселять; придавать, возбуждать; заваривать, настаивать, настаиваться

Engels → Spaans - infuse

Uitspraak
v. infundir, imbuir, implantar, inculcar

Engels → Oekraïens - infuse

Uitspraak
v. вливати, навівати, настоювати

Frans → Engels - infuse

Uitspraak
[infus] adj. inborn, natural, innate, present at birth

Engels → Grieks - infuse

Uitspraak
ρήμ. εμπνέω, εγχέω, ενσταλάζω

Engels → Turks - infuse

Uitspraak
f. demlemek, içine dökmek, doldurmak, ilham vermek, kafasına sokmak

Engels → Arabisch - infuse

Uitspraak
‏نفخ في، تسرب، نقع، سكب، شرب، غرس في‏

Engels → Chinees - infuse

Uitspraak
(动) 注入, 鼓舞, 泡出味道

Engels → Chinees - infuse

Uitspraak
(動) 注入, 鼓舞, 泡出味道

Engels → Hindi - infuse

Uitspraak
v. उड़ेलना, मन में बैठाना, पानी में डालना, उत्तेजित करना, अनुप्राणित करना, तर करना, बिगोना

Engels → Japans - infuse

Uitspraak
(動) 吹き込む; 奮い立たせる; 湯に浸す; 出る

Engels → Koreaans - infuse

Uitspraak
동. 액체를 붓다, 주입하다; 불어 넣다; 달이다

Engels → Vietnamees - infuse

Uitspraak
v. rót vào, trút vào, pha vào, đổ vào


Werkwoordsvormen

Present participle: infusing
Present: infuse (3.person: infuses)
Past: infused
Future: will infuse
Present conditional: would infuse
Present Perfect: have infused (3.person: has infused)
Past Perfect: had infused
Future Perfect: will have infused
Past conditional: would have infused
© dictionarist.com