Engels → Nederlands - influence

Uitspraak
zn. invloed; iemand die invloed uitoefent, invloedrijk; onder invloed van alcohol
ww. beïnvloeden

Frans → Nederlands - influence

Uitspraak
1. (général) invloed (m); manipulatie (f); beïnvloeding (f)
2. (politique) macht (m/f); invloed (m)

Engels → Duits - influence

Uitspraak
n. Einfluss; Einflusskraft; Ausübung von Einfluss
v. beeinflussen, Einfluss ausüben

Engels → Engels - influence

Uitspraak
n. effect, impact, action of a person or thing which affects another; person or thing which has power to affect others; use of personal connections to manipulate people or events
v. affect, impact; impel, control
n. influence, weight, induction; exertion, leverage; potency, standing

Engels → Frans - influence

Uitspraak
n. influence, impact; effet; action; autorité; induction
v. influencer, influer; avoir de l'impact sur; contrôler

Engels → Indonesisch - influence

Uitspraak
n. pengaruh, wibawa
v. mempengaruhi

Engels → Italiaans - influence

Uitspraak
s. influenza, influsso, ascendente; persona influente, autorità; (El) induzione
v. influenzare; influire su, esercitare un influsso su

Engels → Pools - influence

Uitspraak
n. wpływ, wpływanie, nacisk, działanie, oddziaływanie, protekcja, autorytet, protegowanie, indukcja {fiz.}
v. wpłynąć, działać, oddziaływać, wpływać

Engels → Portugees - influence

Uitspraak
s. influência; poder, autoridade; crédito; influxo (eletricidade)
v. influenciar; ativar

Engels → Roemeens - influence

Uitspraak
n. influenţă, trecere, autoritate, factor influent, forţă, inducţie
v. influenţa, înrâuri

Engels → Russisch - influence

Uitspraak
с. влияние, воздействие, действие, лицо, фактор
г. влиять, оказывать влияние

Engels → Spaans - influence

Uitspraak
s. influencia, ascendencia, ascendiente, control, dominio, factor, influjo, injerencia, preponderancia, prevalencia
v. influenciar, afectar, ejercer influencia sobre, hacer mella en, incidir en, inducir, influir en, sugestionar

Engels → Oekraïens - influence

Uitspraak
n. вплив, впливовий: впливова особа, наплинок
v. впливати, нахилити, нахиляти

Frans → Engels - influence

Uitspraak
(f) n. influence, weight, induction; exertion, leverage; potency, standing

Engels → Grieks - influence

Uitspraak
ουσ. επήρεια, επιρροή
ρήμ. επηρεάζω, επιδρώ

Engels → Turks - influence

Uitspraak
f. etkilemek, tesir etmek, söz geçirmek, etkili olmak, ikna etmek
i. etki, tesir, nüfuz, torpil

Frans → Duits - influence

Uitspraak
n. einwirkung, einfluss

Frans → Italiaans - influence

Uitspraak
1. (général) influenza (f); influsso (m); manipolazione (f); condizionamento (m)
2. (politique) potere (m)

Frans → Portugees - influence

Uitspraak
1. (général) influência (f); manipulação (f); influência (f)
2. (politique) poder (m); influência (f)

Frans → Russisch - influence

Uitspraak
n. влияние (f), действие (f), воздействие (f)

Frans → Spaans - influence

Uitspraak
1. (général) influencia (f); manipulación (f); influencia (f)
2. (politique) influencia (f); poder (m)

Frans → Turks - influence

Uitspraak
[la] etki; nüfuz; işlem

Engels → Arabisch - influence

Uitspraak
‏تأثير نفوذ، سلطة، تدخل غير مشروع، عامل مؤثر، نفوذ، التأثير، فعالية‏
‏أثر، أثر في‏

Engels → Chinees - influence

Uitspraak
(名) 影响; 势力; 感化
(动) 影响; 改变

Engels → Chinees - influence

Uitspraak
(名) 影響; 勢力; 感化
(動) 影響; 改變

Engels → Hindi - influence

Uitspraak
n. प्रभाव, प्रतिष्ठा, शक्ति, बोलबाला, रंग
v. पाभाव डालना, प्रवृत्त करना

Engels → Japans - influence

Uitspraak
(動) 影響を及ぼす; 左右する
(名) 影響; 影響力; 声望

Engels → Koreaans - influence

Uitspraak
명. 영향, 효과; 영향을 주는 것 또는 사람; 인맥을 이용하는 것
동. ...에 영향을 미치다; 촉구하다, 몰아치다

Engels → Vietnamees - influence

Uitspraak
n. ảnh hưởng, thế lực
v. làm có ảnh hưởng


Werkwoordsvormen

Present participle: influencing
Present: influence (3.person: influences)
Past: influenced
Future: will influence
Present conditional: would influence
Present Perfect: have influenced (3.person: has influenced)
Past Perfect: had influenced
Future Perfect: will have influenced
Past conditional: would have influenced
© dictionarist.com