Nederlands → Engels - impact

Uitspraak
n. impact, influence, effect; colliding of two bodies; touch

Engels → Nederlands - impact

Uitspraak
zn. invloed; indruk;botsing tussen twee voorwerpen; slag; kontakt; schok
ww. indrijven, indrukken; (krachtig) raken, treffen

Nederlands → Frans - impact

Uitspraak
1. (kracht) impact (m)
2. (invloed) impact (m); incidence (f); effet (m)

Frans → Nederlands - impact

Uitspraak
1. (force) impact (m); inslag (m)
2. (influence) impact (m); krachtige invloed (m)

Engels → Duits - impact

Uitspraak
n. Einfluß, Eindruck; Aufprall; Verletzen, Berührung; Wirkung
v. pressen, zusammendrücken; füllen, anhäufen; aufeinanderprallen; sich aufdrängen

Engels → Engels - impact

Uitspraak
n. influence, effect; colliding of two bodies; touch
v. press against; collide, crash; affect strongly, influence; pack in, squeeze in
n. impact, effect

Engels → Frans - impact

Uitspraak
n. choc, impact, collision; influence, impression, répercussion, retentissement
v. comprimer, serrer; emplir, entasser; créer un contact de force

Engels → Indonesisch - impact

Uitspraak
n. tumbukan, dampak, impak, benturan, pengaruh

Engels → Italiaans - impact

Uitspraak
s. impatto, urto, cozzo; forza d'urto, pressione; (fig) influenza
v. comprimere; incastrare, incuneare; scontrarsi con, urtare contro

Engels → Pools - impact

Uitspraak
v. ściskać, wklinować, wpływ: mieć wpływ, uderzać się, ścisnąć
n. uderzenie, udar, wstrząs, zderzenie, działanie, wpływ, silny wpływ

Engels → Portugees - impact

Uitspraak
s. impacto, influência, impressão; encontro de copos; contato, batida
v. comprimir; embutir; encravar; ir de encontro a-

Engels → Roemeens - impact

Uitspraak
v. fixa {tehn.}, presa, lovi
n. izbire, ciocnire, lovire, forţă de izbire, efect, influenţă

Engels → Russisch - impact

Uitspraak
с. удар, толчок, импульс, коллизия, столкновение, влияние, воздействие
г. плотно сжимать, прочно укреплять, ударять, сталкиваться

Engels → Spaans - impact

Uitspraak
s. impacto, colisión
v. impactar, colisionar contra; entrar en colisión, afectar, conmocionar, mellar

Engels → Oekraïens - impact

Uitspraak
n. удар, імпульс, колізія, вплив
v. закріпляти: міцно закріпляти, ущільнювати

Frans → Engels - impact

Uitspraak
(m) n. impact, effect

Engels → Grieks - impact

Uitspraak
ουσ. σύγκρουση
ρήμ. προσκρούω, εμπήγω

Engels → Turks - impact

Uitspraak
f. sıkıştırmak, pekiştirmek
i. çarpışma, çarpma, vuruş, darbe, etki, şok

Frans → Duits - impact

Uitspraak
n. durchschlagskraft, einschlag, einschuss, aufprall, auftreffen

Frans → Italiaans - impact

Uitspraak
1. (force) impatto (m)
2. (influence) impatto (m)

Frans → Portugees - impact

Uitspraak
1. (force) impacto (m)
2. (influence) impacto (m)

Frans → Spaans - impact

Uitspraak
1. (force) impacto (m)
2. (influence) impacto (m); efecto (m)

Duits → Turks - impact

Uitspraak
i. büyük etki (m)

Frans → Turks - impact

Uitspraak
[le] çarpışma

Engels → Arabisch - impact

Uitspraak
‏تأثير، تصادم، قوة ساحقة، وقع تأثير، صدمة‏
‏إصطدم، غرز، أثر في، ترك أثرا، فعم، ضرب‏

Engels → Chinees - impact

Uitspraak
(名) 冲击, 碰撞, 撞击; 影响; 冲击力, 撞击力; 作用
(动) 挤入; 压紧; 撞击; 冲击, 碰撞, 撞击; 产生影响

Engels → Chinees - impact

Uitspraak
(名) 衝擊, 碰撞, 撞擊; 影響; 衝擊力, 撞擊力; 作用
(動) 擠入; 壓緊; 撞擊; 衝擊, 碰撞, 撞擊; 產生影響

Engels → Hindi - impact

Uitspraak
n. मुठभेड़, प्रभाव, संघात

Engels → Japans - impact

Uitspraak
(名) 衝突; 強い影響; 衝撃
(動) 密着させる; 逆効果になる; 衝突する; 強い衝撃を与える; 悪影響を与える

Engels → Koreaans - impact

Uitspraak
명. 충격, 영향, 효과; 두 몸체의 충돌, 격돌

Engels → Vietnamees - impact

Uitspraak
n. sự đụng, sự chạm
v. đụng vật gì, va chạm, đụng chạm


© dictionarist.com