Engels → Nederlands - gull

Uitspraak
zn. meeuw; iemand die gemakkelijk te bedonderen is (slang)
ww. voor het lapje houden, wat wijsmaken, bedotten

Engels → Duits - gull

Uitspraak
n. Möwe (Vogel); Leichtgläubiger
v. betrügen, verführen

Engels → Engels - gull

Uitspraak
n. type of sea bird with long wings and webbed feet; sucker, one who is easily deceived, gullible person
v. cheat, deceive, fool

Engels → Frans - gull

Uitspraak
n. mouette; goéland; sot (argot)
v. tromper, frauder, décevoir; tricher; tenter

Engels → Indonesisch - gull

Uitspraak
n. camar, bodoh: orang bodoh, penipu
v. menipu, memperdaya, memperdayakan

Engels → Italiaans - gull

Uitspraak
s. (Ornit) gabbiano
v. imbrogliare, gabbare

Engels → Pools - gull

Uitspraak
n. mewa
v. oszukać, oszukać kogoś, wystrychnąć na dudka, oszukiwać

Engels → Portugees - gull

Uitspraak
s. gaivota (pássaro do mar); ingênuo (gíria)
v. enganar, burlar ; seduzir

Engels → Roemeens - gull

Uitspraak
n. pescar {zool.}, pescăruş {zool.}, prost, naiv, gură-cască
v. escroca, înşela, păcăli, potcovi
a. credul

Engels → Russisch - gull

Uitspraak
с. чайка, простак
г. обманывать, дурачить

Engels → Spaans - gull

Uitspraak
s. gaviota
v. engañar, defraudar

Engels → Oekraïens - gull

Uitspraak
n. чайка
v. обдурювати

Engels → Grieks - gull

Uitspraak
ουσ. γλάρος, κορόιδο
ρήμ. εξαπατώ, αξαπατώ

Engels → Turks - gull

Uitspraak
f. aldatmak, dolandırmak, kandırarak almak
i. martı, saf, enayi, aldanan kimse

Engels → Arabisch - gull

Uitspraak
‏نورس، الساذج، السهل الإنخداع، سهل الأنخداع‏
‏خدع، إحتال‏

Engels → Chinees - gull

Uitspraak
(名) 鸥, 海鸥#易受骗的人
(动) 欺骗

Engels → Chinees - gull

Uitspraak
(名) 鷗, 海鷗#易受騙的人
(動) 欺騙

Engels → Hindi - gull

Uitspraak
n. एक प्रकार की समुद्री चिड़िया, जलमुर्गी, मूर्ख मनुष्य
v. ठगना, धोखा देना

Engels → Japans - gull

Uitspraak
(名) カモメ; だまされやすい人
(動) だます

Engels → Koreaans - gull

Uitspraak
명. 갈매기; 속기 쉬운 사람
동. 속이다

Engels → Vietnamees - gull

Uitspraak
n. chim hải âu, người khờ dại
v. đánh lừa, lường gạt


Werkwoordsvormen

Present participle: gulling
Present: gull (3.person: gulls)
Past: gulled
Future: will gull
Present conditional: would gull
Present Perfect: have gulled (3.person: has gulled)
Past Perfect: had gulled
Future Perfect: will have gulled
Past conditional: would have gulled
© dictionarist.com