Engels → Nederlands - grim

Uitspraak
bn. grim(lach); wreed; woedend; beangstigend; vreselijk; duivels

Engels → Duits - grim

Uitspraak
adj. bitter (Lächeln); grausam; entsetzlich; furchterregend; schrecklich; satanisch

Engels → Engels - grim

Uitspraak
adj. unyielding; stern, fierce; merciless, heartless, cruel; horrible, frightful
n. gray, grey, grizzle

Engels → Frans - grim

Uitspraak
adj. sardonique (sourire); menaçant; cruel; sinistre; lugubre; effrayant; terrible; satanique

Engels → Indonesisch - grim

Uitspraak
a. bengis, kejam, suram, cemberut, seram, teguk, kuat, menjijikkan

Engels → Italiaans - grim

Uitspraak
agg. torvo, bieco; arcigno, severo; deciso, risoluto, fermo, saldo; sinistro, macabro; feroce, selvaggio, spietato; (fam) sgradevole

Engels → Pools - grim

Uitspraak
a. srogi, groźny, zawzięty, nieubłagany, marsowy, ponury, wisielczy

Engels → Portugees - grim

Uitspraak
adj. amargo, desgostoso; que dá sorrisos amargos; cruel; raivoso, irado; terrível; satânico

Engels → Roemeens - grim

Uitspraak
a. groaznic, sever, necruţător, neîndurător, rebarbativ, macabru, aprig

Engels → Russisch - grim

Uitspraak
прил. жестокий, беспощадный, неумолимый, непреклонный, зловещий, мрачный, страшный

Engels → Spaans - grim

Uitspraak
adj. sombrío, ceñudo, grotesco, hosco, torvo

Engels → Oekraïens - grim

Uitspraak
a. безжалісний, невблаганний, рішучий, огидний, зловісний

Engels → Grieks - grim

Uitspraak
επίθ. βλοσυρός

Engels → Turks - grim

Uitspraak
s. zalim, gaddar, acımasız, sert, korkunç, suratsız

Engels → Arabisch - grim

Uitspraak
‏متجهم‏
‏نحس، شرس، غاضب، كالح، محبط‏

Engels → Chinees - grim

Uitspraak
(形) 冷酷的, 可怕的, 残忍的

Engels → Chinees - grim

Uitspraak
(形) 冷酷的, 可怕的, 殘忍的

Engels → Hindi - grim

Uitspraak
a. भयंकर, विकट, निर्दय, कुरूप

Engels → Japans - grim

Uitspraak
(形) 厳しい; 断固とした; 厳然たる

Engels → Koreaans - grim

Uitspraak
형. 엄한; 무서운, 가혹한; 무정한, 가차없는, 잔인한; 오싹하게 하는

Engels → Vietnamees - grim

Uitspraak
n. hung dữ, hung tợn, ghê gớm, dữ dội
a. trợn trạo


© dictionarist.com