Nederlands → Engels - gipsen

Uitspraak
v. apply plaster
adj. plaster

Duits → Engels - gipsen

Uitspraak
v. plaster, plaster: put in plaster

Duits → Frans - gipsen

Uitspraak
v. replâtrer, plâtrer, plâtre: mettre dans le plâtre

Duits → Italiaans - gipsen

Uitspraak
n. ingessatura {med.} (f), gessatura (f)
v. gessare, ingessare {med.}

Duits → Russisch - gipsen

Uitspraak
v. покрывать гипсом, гипсовать, накладывать гипсовую повязку

Duits → Spaans - gipsen

Uitspraak
n. enyesado (m), enyesadura (f)
v. enyesar

Duits → Turks - gipsen

Uitspraak
f. alçılamak

Duits → Chinees - gipsen

Uitspraak
v. 涂以膏泥。敷以石膏。敷膏药。


dictionary extension

Werkwoordsvormen

Tegenwoordig en verleden deelwoord: gipsend; gegipst
Presens: gips, ~t, ~t (4e - 6e pers.) ~en
Imperfect: (1e - 3e pers.) ~te (4e - 6e pers.) ~ten
Toekomende tijd I: zal ~en, zult ~en, zal ~en (4e - 6e pers.) zullen ~en
Conditionalis I: (1e - 3e pers.) zou ~en (4e - 6e pers.) zouden ~en
Perfectum: heb gegipst, hebt gegipst, heeft gegipst (4e - 6e pers.) hebben gegipst
Voltooid verleden tijd: (1e - 3e
© dictionarist.com