Engels → Nederlands - function

Uitspraak
zn. taak, functie; functionering; gebruik; evenement, gebeurtenis; functie
ww. functioneren; werkzaam zijn; functie bekleden

Engels → Duits - function

Uitspraak
n. Aufgabe; Fungieren; Gebrauch; Empfang; Funktion
v. funktionieren; arbeiten; sich anstellen

Engels → Engels - function

Uitspraak
n. duty, role; use, purpose; festive event, social occasion
v. work; act; operate

Engels → Frans - function

Uitspraak
n. fonction; charge; cérémonie religieuse; réception, réunion; soleenité; rôle; emploi; utilité
v. fonctionner; marcher; opérer; travailler

Engels → Indonesisch - function

Uitspraak
n. fungsi, kegunaan, guna, faal, pekerjaan, jabatan, pemegangan, upacara, pesta
v. berjalan, berfungsi

Engels → Italiaans - function

Uitspraak
s. funzione, scopo; incombenza, compito; mansione, dovere; cerimonia; (fam) ricevimento, riunione
v. funzionare; essere in funzione; fungere

Engels → Pools - function

Uitspraak
n. funkcja, czynność, działanie, obowiązek, impreza
v. działać, funkcjonować

Engels → Portugees - function

Uitspraak
s. função; papel; uso; festividade
v. funcionar; agir

Engels → Roemeens - function

Uitspraak
n. activitate, funcţiune, funcţie, oficiu, reuniune
v. funcţiona, lucra

Engels → Russisch - function

Uitspraak
с. функция, назначение, отправление, должностные обязанности, должность, торжественное собрание, торжество, вечер, прием
г. функционировать, действовать, работать, выполнять функции

Engels → Spaans - function

Uitspraak
s. función; acto, ceremonia
v. funcionar, surtir efecto

Engels → Oekraïens - function

Uitspraak
n. функція, діяльність, призначення
v. функціонувати, обов'язок: виконувати обов'язки

Engels → Grieks - function

Uitspraak
ουσ. λειτουργία, υπούργημα, υπηρεσία, δεξίωση

Engels → Turks - function

Uitspraak
f. işlevini yerine getirmek, işlemek, çalışmak
i. fonksiyon, iş, işlev, görev, hizmet, amaç, yükümlülük, toplantı

Engels → Arabisch - function

Uitspraak
‏وظيفة، مهنة، دور، عمل، مأدبة، مناسبة عامة، تابع، مهمة‏
‏عمل، أدى، لعب دور‏

Engels → Chinees - function

Uitspraak
(名) 功能, 函数
(动) 活动; 行使职责; 运行

Engels → Chinees - function

Uitspraak
(名) 功能, 函數
(動) 活動; 行使職責; 運行

Engels → Hindi - function

Uitspraak
n. समारोह, उत्सव

Engels → Japans - function

Uitspraak
(動) 働く; 役目をする
(名) 機能; 職務; 儀式

Engels → Koreaans - function

Uitspraak
명. 기능, 역할; 사용, 목적; 사회적 모임, 축제
동. 작용하다; 기능을 하다, 구실을 하다; 수행하다

Engels → Vietnamees - function

Uitspraak
n. tác dụng, cơ năng, hàm số, chức vụ
v. chuyển vận


dictionary extension

Werkwoordsvormen

Present participle: functioning
Present: function (3.person: functions)
Past: functioned
Future: will function
Present conditional: would function
Present Perfect: have functioned (3.person: has functioned)
Past Perfect: had functioned
Future Perfect: will have functioned
Past conditional: would have functioned
© dictionarist.com