Nederlands → Engels - finesse

Uitspraak
n. finesse, refinement, grace

Engels → Nederlands - finesse

Uitspraak
zn. fijnheid; tact; wijsheid; onderscheppings vermogen
ww. snijden (bij bridge)

Nederlands → Frans - finesse

Uitspraak
1. (tact) finesse (f)
2. (persoon) raffinement (m); délicatesse (f)

Frans → Nederlands - finesse

Uitspraak
1. (général) scherpzinnigheid (f); doorzicht (n) 2. (tact) finesse (f)
3. (projet) vernuftigheid (f); geraffineerdheid (f) 4. (délicatesse) delicaatheid (f); broosheid (f); teerheid (f)
5. (ruse) geslepenheid (f); sluwheid (f)

Engels → Duits - finesse

Uitspraak
n. Finesse; Gewandtheit, Raffinesse, Geschick; Taktgefühl
v. würzen, verfeinern; mit Raffinesse vorgehen

Duits → Engels - finesse

Uitspraak
n. delicacy, grace, refinement; tact; ability to manipulate; deception, artifice; move in a card game

Engels → Engels - finesse

Uitspraak
n. delicacy, grace, refinement; tact; ability to manipulate; deception, artifice; move in a card game
v. scheme, deceive; obtain through cunning
n. finesse, delicacy, grace, refinement, tact; artifice, ability to manipulate

Engels → Frans - finesse

Uitspraak
n. finesse; raffinement; tact; stratagème; truc, ruse, sagacité; délicatesse de discernement
v. user de stratagèmes, frauder; obtenir avec ruse

Engels → Indonesisch - finesse

Uitspraak
n. kecakapan, kemahiran, kecerdikan, kecerdasan, kecekatan, siasat halus, muslihat
v. mempergunakan siasat

Engels → Italiaans - finesse

Uitspraak
s. tatto, finezza, delicatezza
v. fare l'impasse a; manovrare, brigare

Engels → Pools - finesse

Uitspraak
n. delikatność, chytrość, impas {karc.}
v. podchodzić, impasować {karc.}, chytrze działać, podejść

Engels → Portugees - finesse

Uitspraak
s. sutileza, delicadeza; tática, artifício, truque; astúcia, sagacidade, esperteza; vidência
v. usar de artimanhas; conseguir usando de artifícios

Engels → Roemeens - finesse

Uitspraak
n. abilitate, subtilitate, fineţe, tact, viclenie, şiretenie, impas
v. evita, eschiva: se eschiva de la, face un impas

Engels → Russisch - finesse

Uitspraak
с. тактичность, искусность, мастерство, тонкость
г. действовать искусно, действовать хитро; прорезать [карт.]

Engels → Spaans - finesse

Uitspraak
s. delicadeza, fineza, finura, refinamiento, tacto; maniobra sutil, artificio, maniobra diplomática
v. valerse de artificio, obrar con astucia, valerse de astucias; actuar con fineza

Engels → Oekraïens - finesse

Uitspraak
n. тонкість, тактовність, майстерність, хитрість

Frans → Engels - finesse

Uitspraak
(f) n. fineness, thinness, slenderness; sharpness, keenness, neatness; delicacy, astuteness, acuteness; polish, suavity

Engels → Grieks - finesse

Uitspraak
ουσ. φινέτσα

Engels → Turks - finesse

Uitspraak
i. incelik, hile, kurnazlık, ustalık, beceri, fines (briç)

Frans → Duits - finesse

Uitspraak
n. feinkörnigkeit, feinheit, dünnheit, schärfe, zierlichkeit

Duits → Frans - finesse

Uitspraak
n. ruse (f)

Duits → Italiaans - finesse

Uitspraak
n. finezza (f)

Duits → Russisch - finesse

Uitspraak
n. изысканность (f), тонкость (f), изящество (f), ухищрение (f), уловка (f), трюк (f)

Duits → Spaans - finesse

Uitspraak
n. fineza (f)

Frans → Italiaans - finesse

Uitspraak
1. (général) acume (m); perspicacia (f) 2. (tact) finezza (f); delicatezza (f)
3. (projet) sottigliezza (f) 4. (délicatesse) delicatezza (f); finezza (f); fragilità {invariable}; gracilità {invariable}
5. (ruse) astuzia (f); sagacia (f); scaltrezza (f); accortezza (f)

Frans → Portugees - finesse

Uitspraak
1. (général) acume (m); agudeza (f) 2. (tact) fineza (f); delicadeza (f); leveza (f)
3. (projet) sutileza (f) 4. (délicatesse) delicadeza (f); fragilidade (f)
5. (ruse) astúcia (f); perspicácia (f); sagacidade (f)

Frans → Russisch - finesse

Uitspraak
n. изящество (f), тонкость (f), аккуратность (f), сообразительность (f), точность (измерения) (f), четкость изображения (f), острота (f), остроумие (f), острота (режущей кромки) (тех.) (f)

Frans → Spaans - finesse

Uitspraak
1. (général) perspicacia (f); agudeza (f) 2. (tact) delicadeza (f)
3. (projet) sutileza (f); sutilidad (f) 4. (délicatesse) delicadeza (f); fragilidad (f)
5. (ruse) astucia (f); sagacidad (f); perspicacia (f); agudeza (f)

Frans → Turks - finesse

Uitspraak
[la] incelik; kurnazlık

Engels → Arabisch - finesse

Uitspraak
‏رقة، براعة، دهاء، دقة، حيلة‏
‏إحتال، إصطنع الحيلة‏
‏ببراعة‏

Engels → Chinees - finesse

Uitspraak
(名) 技巧; 手腕; 手段; 偷牌
(动) 用手段应付; 以偷牌方式先出; 巧妙地做成; 施展巧计; 偷牌

Engels → Chinees - finesse

Uitspraak
(名) 技巧; 手腕; 手段; 偷牌
(動) 用手段應付; 以偷牌方式先出; 巧妙地做成; 施展巧計; 偷牌

Engels → Hindi - finesse

Uitspraak
n. पतलापन, सूक्ष्मता, तफ़सील, चालाकी, कपट

Engels → Japans - finesse

Uitspraak
(名) 優雅; 術策; 巧妙な処理; フィネッス
(動) 巧みになし遂げる; フィネッスをする; フィネッスのために出す

Engels → Koreaans - finesse

Uitspraak
명. 우아함; 술책; 교묘하게 다루는 능력; 속임수; 피네스(카드놀이)

Engels → Vietnamees - finesse

Uitspraak
n. sự khéo léo, sắc sảo, mưu kế, mưu mẹo
v. dùng mưu mẹo, thủ đoạn gian lận

Duits → Chinees - finesse

Uitspraak
[die] 偷牌。出小牌。手腕。技巧。


© dictionarist.com