Spaans → Engels - fijo

Uitspraak
adj. fixed, fast; immovable; unswerving; lingering; resident

Spaans → Duits - fijo

Uitspraak
n. fixum
a. fest, gewiss, sicher, bestimmt, unverrückbar, beständig, unbeweglich, unverstellbar, starr, fix, unverwandt, kippsicher, stationär, ortsfest, feststehend, ständig, stehend

Spaans → Frans - fijo

Uitspraak
1. (cliente) régulier; assidu 2. (provisión) constant; régulier 3. (mirada) appuyé; insistant
4. (empleo) fixe 5. (posición) ferme; stable 6. (movimiento) stationnaire
7. (tiempo) fixé; préétabli 8. (atado) attaché; lié; fixé

Spaans → Russisch - fijo

Uitspraak
adj. неподвижный, устойчивый, пристальный

Spaans → Koreaans - fijo

Uitspraak
adj. 확고한, 일정한, 움직이지 않는


dictionary extension
© dictionarist.com