Italiaans → Engels - fastidio

Uitspraak
n. annoyance, trouble, bother, vexation, worry, nuisance, harassment, ado

Spaans → Engels - fastidio

Uitspraak
n. annoyance, nuisance, bother; boredom

Italiaans → Duits - fastidio

Uitspraak
n. verdrießlichkeit, plage, sorge, verdruss, ärger, ekel

Spaans → Duits - fastidio

Uitspraak
n. ekel, widerwille, verdrießlichkeit, verdruss, überdruss, ärger, belästigung, unannehmlichkeit, schererei, plage

Italiaans → Frans - fastidio

Uitspraak
1. (generale) inconvénient (m); irritation (f); énervement (m)
2. (sensazione fisica) gêne (f); mal (m)
3. (sforzo) peine (f); mal (m) 4. (sentimento) contrariété (f)

Spaans → Frans - fastidio

Uitspraak
1. (general) irritation (f); énervement (m); embêtement (m); exaspération (f)
2. (sentimiento) contrariété (f)

Spaans → Russisch - fastidio

Uitspraak
n. тоска

Spaans → Koreaans - fastidio

Uitspraak
n. 성가심, 귀찮음, 지루함


© dictionarist.com