Engels → Nederlands - fascinate

Uitspraak
ww. fascineren, betoveren; aantrekken, boeien

Engels → Duits - fascinate

Uitspraak
v. faszinieren; anziehen, fesseln

Engels → Engels - fascinate

Uitspraak
v. enchant, charm; captivate, attract
v. fascinate, bewitch, enthral, allure

Engels → Frans - fascinate

Uitspraak
v. fasciner; charmer, séduire

Engels → Indonesisch - fascinate

Uitspraak
v. mempesonakan, mempesona, mengagumkan, menambat hati, mengasyikkan, menawari, merawankan hati, memikat, menawan, menawan hati

Engels → Italiaans - fascinate

Uitspraak
v. affascinare, ammaliare, incantare; paralizzare con lo sguardo

Engels → Pools - fascinate

Uitspraak
v. fascynować, pasjonować, zafascynować, urzec, hipnotyzować, czarować, oczarować, zachwycać, urzekać, zachwycić

Engels → Portugees - fascinate

Uitspraak
v. fascinar; encantar, atrair

Engels → Roemeens - fascinate

Uitspraak
v. fascina, vrăji, fermeca, absorbi, captiva, ademeni, hipnotiza, seduce, deochea, pasiona, înlănţui {fig.}, ţintui, fereca, robi

Engels → Russisch - fascinate

Uitspraak
г. очаровывать, пленять, зачаровывать, зачаровывать взглядом

Engels → Spaans - fascinate

Uitspraak
v. fascinar, cautivar, embebecer, embelesar, entusiasmar; encantar; ser fascinante

Engels → Oekraïens - fascinate

Uitspraak
v. зачаровувати, зачарувати, очаровувати

Engels → Grieks - fascinate

Uitspraak
ρήμ. γοητεύω, θέλγω, μαγεόω, καταμαγεύω

Engels → Turks - fascinate

Uitspraak
f. büyülemek, cezbetmek, hayran bırakmak, hipnotize etmek

Engels → Arabisch - fascinate

Uitspraak
‏فتن، سحر، سلبه القدرة على الهرب‏

Engels → Chinees - fascinate

Uitspraak
(动) 令人入神, 使着迷; 入迷

Engels → Chinees - fascinate

Uitspraak
(動) 令人入神, 使著迷; 入迷

Engels → Hindi - fascinate

Uitspraak
v. मोहित करना, जादू करना, रिझाना, आकर्षण करना, वशीभूत करना

Engels → Japans - fascinate

Uitspraak
(動) 魅する, 魅了する; 見込む

Engels → Koreaans - fascinate

Uitspraak
동. 매혹하다, 현혹하다; 마음을 끌다, 마음을 사로잡다

Engels → Vietnamees - fascinate

Uitspraak
v. làm mê, làm mồi


Werkwoordsvormen

Present participle: fascinating
Present: fascinate (3.person: fascinates)
Past: fascinated
Future: will fascinate
Present conditional: would fascinate
Present Perfect: have fascinated (3.person: has fascinated)
Past Perfect: had fascinated
Future Perfect: will have fascinated
Past conditional: would have fascinated
© dictionarist.com