Engels → Nederlands - expand

Uitspraak
ww. uitbreiden, groeien; groter worden

Engels → Duits - expand

Uitspraak
v. sich ausbreiten, größer werden; ausdehnen

Engels → Engels - expand

Uitspraak
v. spread out, grow larger; broaden

Engels → Frans - expand

Uitspraak
v. étendre, élargir; déployer, développer

Engels → Indonesisch - expand

Uitspraak
v. meluaskan, memperluas, memperluaskan, meluas, membesarkan, memperlapang, membesar, melar, mengembangkan, memperkembangkan, membentangkan, mengembang, mengatakan dgn panjang lebar, ramah: menjadi lebih ramah

Engels → Italiaans - expand

Uitspraak
v. dilatare, far aumentare di volume; espandere, ampliare, estendere, allargare, ingrandire; spiegare, distendere, aprire; sviluppare

Engels → Pools - expand

Uitspraak
v. rozszerzać, rozprężać, rozprzestrzeniać, roztaczać, rozdąć, rozwijać, rozepchać, rozeprzeć, rozsunąć, rozpęcznieć, rozpostrzeć, ciągnąć, rozciągać, rozbudować, rozszerzać się, rozdąć się, rozwijać się, wylewny: stać się wylewnym, rozwinąć, rozsuwać, rozpościerać, rozciągnąć

Engels → Portugees - expand

Uitspraak
v. expandir, crescer; engrandecer, aumentar

Engels → Roemeens - expand

Uitspraak
v. dilata, mări, umfla, lărgi, destinde, întinde, extinde, dezvolta, lărgi: se lărgi, extinde: se extinde, desfăşura: se desfăşura, deveni vorbăreţ

Engels → Russisch - expand

Uitspraak
г. расширять, распространяться, увеличиваться в объеме; распускать, раскрывать, расправлять; расцветать; подробно излагать

Engels → Spaans - expand

Uitspraak
v. expandir, agrandar, ampliar, dilatar, ensanchar, expansionar, extender; dilatarse, aumentar en tamaño; desarrollar

Engels → Oekraïens - expand

Uitspraak
v. розширювати, поширювати, розширюватися, поширюватися, збільшуватися

Engels → Grieks - expand

Uitspraak
ρήμ. διαστέλλω, εξαπλώνω, εξαπλώνομαι

Engels → Turks - expand

Uitspraak
f. şişirmek, büyütmek, genişletmek, açmak, yayılmak, genişlemek, şişmek, açılmak, gelişmek, büyümek, dönüşmek

Engels → Arabisch - expand

Uitspraak
‏إمتد، وسع، نشر، نما، مدد، رفع، بسط، إتسع، تكلم بتفصيل، تضاعف، مد‏

Engels → Chinees - expand

Uitspraak
(动) 使膨胀; 扩张; 详述; 张开; 发展

Engels → Chinees - expand

Uitspraak
(動) 使膨脹; 擴張; 詳述; 張開; 發展

Engels → Hindi - expand

Uitspraak
v. फैलाना, फुलाना, फैलना, बढ़ना, बढ़ती करना

Engels → Japans - expand

Uitspraak
(動) 広がる; ふくらむ; 膨張する; 拡大する; 打ち解ける

Engels → Koreaans - expand

Uitspraak
동. 넓히다, 팽창시키다; 확장하다, 확대하다

Engels → Vietnamees - expand

Uitspraak
v. làm phồng ra, lớn lên, mỡ rộng, bơm phồng lên, khai triển, phát triển, mở mang, giãm bớt áp lực, dản ra


Werkwoordsvormen

Present participle: expanding
Present: expand (3.person: expands)
Past: expanded
Future: will expand
Present conditional: would expand
Present Perfect: have expanded (3.person: has expanded)
Past Perfect: had expanded
Future Perfect: will have expanded
Past conditional: would have expanded
© dictionarist.com