Nederlands → Engels - exit

Uitspraak
n. exit, passage that leads out, point of exit

Engels → Nederlands - exit

Uitspraak
zn. uitgang
ww. er uit gaan, naar buiten gaan,weg gaan

Engels → Duits - exit

Uitspraak
n. Ausgang
v. ausgehen; rausgehen; beenden

Engels → Engels - exit

Uitspraak
n. passage that leads out, point of exit
v. leave, go out
n. exit, passage that leads out, point of exit

Engels → Frans - exit

Uitspraak
n. sortie
v. sortir

Engels → Indonesisch - exit

Uitspraak
n. jalan keluar, kekeluaran
v. keluar, pergi, meninggalkan

Engels → Italiaans - exit

Uitspraak
s. uscita
v. uscire, andare via

Engels → Pools - exit

Uitspraak
n. wyjście, wyłaz, wylot
a. wyjściowy

Engels → Portugees - exit

Uitspraak
s. saída
v. sair

Engels → Roemeens - exit

Uitspraak
n. ieşire, uşă, plecare dintre cei vii, moarte {fig.}

Engels → Russisch - exit

Uitspraak
с. выход; уход; смерть; исчезновение; исход
г. уходить, выходить, выйти, умереть

Engels → Spaans - exit

Uitspraak
s. salida, desembocadero, emigración, mutis, partida
v. salir, egresar; hacer mutis

Engels → Oekraïens - exit

Uitspraak
n. вихід, двері
v. виходити, піти
a. випускний

Engels → Grieks - exit

Uitspraak
ουσ. έξοδος
ρήμ. εξέρχεται [θεατρ.], βγαίνω, εξέρχομαι

Engels → Turks - exit

Uitspraak
f. çıkmak, sahneden çıkmak, ölmek
i. çıkış, sahneden çıkma, ölüm

Engels → Arabisch - exit

Uitspraak
‏مخرج، خروج، رحيل، موت‏
‏غادر المسرح، خرج‏

Engels → Chinees - exit

Uitspraak
(名) 出口; 退场; 太平门
(动) 退出; 去世; 脱离

Engels → Chinees - exit

Uitspraak
(名) 出口; 退場; 太平門
(動) 退出; 去世; 脫離

Engels → Hindi - exit

Uitspraak
n. बहिर्गमन द्वार, निर्गम, प्रस्थान
v. बाहर जाना, निकालना

Engels → Japans - exit

Uitspraak
(動) 出て行く; 逃げ打ちする; 死ぬ; 退場する
(名) 出口; 退出; 退場

Engels → Koreaans - exit

Uitspraak
명. 출구, 나가는 통로
동. 나가다

Engels → Vietnamees - exit

Uitspraak
n. ngỏ, sự ra, ra đi, từ giả cỏi đời, ngả ra, cửa ra
v. ra đi, từ giả cỏi đời, chết, ra


© dictionarist.com