Engels → Nederlands - excess

Uitspraak
zn. overmaat, overlaad
bn. extra-, over(vracht)

Engels → Duits - excess

Uitspraak
n. Überschuß; Übermaß
adj. überschüßig, übermäßig

Engels → Engels - excess

Uitspraak
n. overabundance, surplus; overindulgence, immoderation
adj. extra, leftover, superfluous, above and beyond

Engels → Frans - excess

Uitspraak
n. excédent, surplus; exagération
adj. excessif, supplémentaire

Engels → Indonesisch - excess

Uitspraak
n. kelebihan, perbuatan yg keterlaluan, kewalahan
a. kelebihan

Engels → Italiaans - excess

Uitspraak
s. eccesso, l'eccedere; intemperanza, smoderatezza
agg. eccedente, in eccedenza, in eccesso

Engels → Pools - excess

Uitspraak
n. eksces, nadmiar, przepełnienie, nadwyżka, przerost, zbytek

Engels → Portugees - excess

Uitspraak
s. excesso; resto, sobra
adj. excessivo, demasiado

Engels → Roemeens - excess

Uitspraak
n. exces, surplus, abuz, supraabundenţă, lipsă de cumpătare, violenţă, extremitate, excedent, cruzime

Engels → Russisch - excess

Uitspraak
с. избыток, излишек, крайность, превышение; невоздержанность, неумеренность
прил. избыточный, лишний, дополнительный

Engels → Spaans - excess

Uitspraak
s. exceso, demasía, sobra, sobreabundancia, superabundancia; falta de moderación, desafuero, descomedimiento, desmesura, lujuria, permisividad, translimitación
adj. excedente, sobrexcedente

Engels → Oekraïens - excess

Uitspraak
n. надлишок, перевищення, надмірність, ексцес, збиток, надзвичайність, надмір, надуживання, нездержливість, непоміркованість

Engels → Grieks - excess

Uitspraak
ουσ. υπερβασία, ακρότητα, υπέρβαση
επίθ. υπερβολή, υπερβολικός, υπέρβαρος

Engels → Turks - excess

Uitspraak
i. aşırılık, aşırıya kaçma, ilave, taşkınlık, ölçüsüzlük, fazlalık, fazla

Engels → Arabisch - excess

Uitspraak
‏فرط، إسراف، زيادة، إفراط، إنغماس، مفرط، فائض‏
‏مفرط، شطط، فائض‏
‏تجاوز الحدود‏

Engels → Chinees - excess

Uitspraak
(名) 过度, 超过, 剩于
(形) 过度的; 额外的

Engels → Chinees - excess

Uitspraak
(名) 過度, 超過, 剩於
(形) 過度的; 額外的

Engels → Hindi - excess

Uitspraak
n. अति, अतिरेक
a. फ़ालतू, अतिरिक्त

Engels → Japans - excess

Uitspraak
(形) 超過の, 行過ぎた
(名) 超過; 超過量; 過度; 行過ぎ

Engels → Koreaans - excess

Uitspraak
명. 과도함, 여유분, 초과; 부절제
형. 여유분의, 남아도는, 여분의

Engels → Vietnamees - excess

Uitspraak
n. quá độ, quá mực, thái quá, sự lăng nhục, làm nhục, số dư, số thừa, thặng dư, quá trội


Werkwoordsvormen

Present participle: excessing
Present: excess (3.person: excesses)
Past: excessed
Future: will excess
Present conditional: would excess
Present Perfect: have excessed (3.person: has excessed)
Past Perfect: had excessed
Future Perfect: will have excessed
Past conditional: would have excessed
© dictionarist.com