Nederlands → Engels - era

Uitspraak
n. eon

Engels → Nederlands - era

Uitspraak
zn. tijdperk, periode

Nederlands → Frans - era

Uitspraak
1. (periode) ère (f)
2. (geschiedenis) époque (f); ère (f)

Engels → Duits - era

Uitspraak
n. Ära, Zeit

Engels → Engels - era

Uitspraak
n. period of time generally marked by a distinctive event or characteristic
n. era, age, eon
v. be, exist; occur, happen; become; there is, there exists; cost

Engels → Frans - era

Uitspraak
n. ère (géologique); époque

Engels → Indonesisch - era

Uitspraak
n. tarikh, jaman, masa, kurun, abad, era

Engels → Italiaans - era

Uitspraak
s. era, epoca, età; data memorabile

Engels → Pools - era

Uitspraak
n. era, epoka, wiek, doba

Engels → Portugees - era

Uitspraak
s. era, idade, época, período, fase

Engels → Roemeens - era

Uitspraak
n. epocă, eră, perioadă, timp, vreme

Engels → Russisch - era

Uitspraak
с. эра, эпоха, летоисчисление

Engels → Spaans - era

Uitspraak
s. era, edad, eón, época

Engels → Oekraïens - era

Uitspraak
n. ера, доба

Indonesisch → Engels - era

n. era

Italiaans → Engels - era

Uitspraak
n. era, age, eon

Pools → Engels - era

n. era, epoch, age

Portugees → Engels - era

Uitspraak
(f) n. age, date; era, period

Roemeens → Engels - era

n. era, period

Spaans → Engels - era

Uitspraak
[era (f)] n. age, era; eon

Engels → Grieks - era

Uitspraak
ουσ. εποχή, περίοδος

Engels → Turks - era

Uitspraak
i. devir, çağ, çığır, tarih başlangıcı, tarih hesabı

Italiaans → Duits - era

Uitspraak
n. zeit, ära, periode, epoche, zeitalter, alter

Spaans → Duits - era

Uitspraak
n. zeitalter, ära, zeitrechnung, zeit, tenne, dreschtenne, beet

Italiaans → Frans - era

Uitspraak
1. (periodo) ère (f)
2. (storia) époque (f); ère (f)

Portugees → Frans - era

Uitspraak
1. (passado) époque (f)
2. (período) ère (f)
3. (história) époque (f); ère (f)

Spaans → Frans - era

Uitspraak
1. (pasado) époque (f)
2. (período) ère (f)
3. (historia) époque (f); ère (f)

Spaans → Russisch - era

Uitspraak
n. гумно, эра

Engels → Arabisch - era

Uitspraak
‏عهد، عصر، زمان، دهر، التاريخ، حدث هام يستهل به عهد ما، فترة‏

Engels → Chinees - era

Uitspraak
(名) 时代; 时期; 纪元

Engels → Chinees - era

Uitspraak
(名) 時代; 時期; 紀元

Engels → Hindi - era

Uitspraak
n. युग, काल, अनुयुग

Engels → Japans - era

Uitspraak
(名) 時代; 紀元; 代

Engels → Koreaans - era

Uitspraak
명. 연대, 기원, 시대, 눈에 띄게 구별되는 사건이나 특징적인 일로 인해 구분되는 시대

Engels → Vietnamees - era

Uitspraak
n. kỷ nguyên

Spaans → Koreaans - era

Uitspraak
n. 타곡장, 기원


© dictionarist.com