plain in Nederlands

Uitspraak
bn. vlak, doodgewoon, glad, ronduit, effen, duidelijk, klaar, eenvoudig, onopgesmukt, ongekunsteld, onversierd, nnno l o::n

Voorbeeldzinnen

He made it plain that he wanted to marry her.
Hij zei duidelijk dat hij met haar wou trouwen.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
He's a plain speaker.
Hij zegt wat hij denkt.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
I'm just a plain office worker.
Ik ben maar een gewone bureelbediende
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
The beasts ran through the plain.
De beesten renden over de vlakte.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
The best place to hide something is in plain sight.
De beste plaats om iets te verbergen is vlak onder de neus van iedereen.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
I should like to make it plain that our programme reflects that intention, but there is certainly room for improvement.
Ik durf te beweren dat ons plan van maatregelen uitdrukking geeft aan deze gedachte, maar het kan ongetwijfeld nog beter.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
I am most grateful to the Commissioner for his plain talking today and I would ask the Commission to force the pace now.
Ik ben de commissaris zeer dankbaar dat hij in dit verband duidelijke toezeggingen heeft gedaan, en ik vraag de Commissie daar ook verder werk van te maken.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
The Seattle Summit and the huge public demonstrations made the need plain.
De Top van Seattle en de grote volksdemonstraties hebben laten zien hoe noodzakelijk deze hervorming is.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
I want to make it absolutely plain that the Commission shares these concerns.
Laat hier geen enkel misverstand over bestaan: de Commissie deelt uw bezorgdheid over deze problemen.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
We need plain agreements on competencies in this field.
Er moeten duidelijke afspraken komen over de bevoegdheden op dit terrein.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!

Synoniemen

1. direct: downright, sheer, transparent
2. obvious: apparent, clear, distinct, evident, intelligible, lucid, manifest
3. honest: artless, blunt, candid, direct, frank, guileless, ingenuous
4. simple: frugal, discreet, homely, dry, homey, unadorned, unpretentious
5. unattractive: homely, unbeautiful, ugly
6. ordinary: common, commonplace
7. level: even, flat, plane, smooth
8. prairie: level, expanse, plateau, mesa



© dictionarist.com