gather in Nederlands

Uitspraak
zn. bijeenkomst; vouw (in kleding)
ww. verzamelen; verzamelen; binnenhalen; krijgen; samentrekken; opmaken; oogsten

Voorbeeldzinnen

Tibby was sent back to the market place to gather information.
Tibby werd opnieuw naar de markt gestuurd om meer informatie te achterhalen.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
Sitting next to me, my father would say, "If I could Tibby, I would gather those diamonds and make you a headdress so dazzling that even Isis herself would be envious!”.
Mijn vader, die aan mijn zijde zat, zei altijd: "Als ik kon, Tibby, zou ik alle diamanten verzamelen en je zo'n mooie hoofdtooi maken dat zelfs de vleesgeworden Isis jaloers zou zijn!”
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
“I want you to go with Tibby and help gather her things.”
“Ik wil dat je met Tibby meegaat en haar helpt, haar spullen te pakken”.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
Famous people from all over the world will be gathering to watch the shows.
Beroemde mensen van over de hele wereld zullen samenkomen om de shows te bekijken.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
A big crowd gathered at the scene of the fire.
Een grote menigte kwam bijeen op de plaats van de brand.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
A crowd gathered on this street.
Een menigte verzamelde zich in deze straat.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
A crowd soon gathered around the fire engine.
Weldra verzamelde zich een groepje rond de brandweerauto.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
A lot of children gathered in the garden.
Veel kinderen kwamen samen in de tuin.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
He gathered his books together.
Hij nam zijn boeken bij elkaar.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
People born in January, February, and March, please gather over here.
Mensen die tussen januari en maart geboren zijn, graag hier verzamelen.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!

Synoniemen

1. congregate: aggregate, assemble, collect, bring together, draw together, get together
2. pleat: fold, plait, pucker, contraction, tuck
3. conclude: infer, assume, deduce, learn, understand
4. collect: accumulate, amass, garner, hoard
5. harvest: garner, glean, reap, pluck, crop, cull
6. sort: select, cull, pick
7. increase: grow, thicken, collect, condense



© dictionarist.com