crowd in Nederlands

Uitspraak
zn. menigte, massa; groep; vriendenkring; hoop, stapel
ww. vullen; volproppen; dringen

Voorbeeldzinnen

“You Romans with your big swords and fast chariots aren’t the only ones who know how to tame a crowd,” she said.
"Jullie Romeinen, met jullie grote zwaarden en snelle wagens, zijn niet de enigen die weten hoe men een menigte temt", zei ze.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
The crowds of people who watched Cleopatra's return to the city were cheering madly with excitement.
De menigte, die de terugkeer van Cleopatra in de stad observeerde, juichte gek van opwinding.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
The crowd around me began to break up.
De menigte om me heen begon zich te verspreiden.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
On these huge trucks were people, that were throwing something towards the crowd on the street.
Op deze reusachtige vrachtwagens waren mensen die iets naar de mensenmassa op straat gooiden.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
A big crowd gathered at the scene of the fire.
Een grote menigte kwam bijeen op de plaats van de brand.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
A crowd collected to watch the fight.
Een menigte verzamelde zich om naar het gevecht te kijken.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
A crowd gathered on this street.
Een menigte verzamelde zich in deze straat.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
A crowd soon gathered around the fire engine.
Weldra verzamelde zich een groepje rond de brandweerauto.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
Everyone crowded around the fantastic dancer.
Men verdrong elkaar rondom de ongelooflijk goede danser.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
He can get the crowd dancing.
Hij kan de menigte aan het dansen krijgen.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!

Synoniemen

1. people: run, masses, rank and file, mob, populace, proletariat, rabble
2. throng: gang, company, concourse, drove, gathering, herd, flock
3. circle: set, clique, coterie
4. assemble: troop, flock together, herd, swarm, throng
5. squeeze: jam, ram, cram, stuff, charge, cramp, force



© dictionarist.com