count in Nederlands

Uitspraak
zn. telling; beschuldigingsclausule; graaf
ww. rekenen; meetellen

Voorbeeldzinnen

There are 300 shops and counting.
Er zijn 300 winkels en er komen er steeds meer.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
A poor school record will count against you when you look for a job.
Slechte punten op school getuigen tegen je, wanneer je werk zoekt.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
Count to ten.
Tom ligt ziek in bed.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
Don't count your chickens before they are hatched.
Je moet het vel van de beer niet verkopen voor hij geschoten is.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
Don't count your chickens before they're hatched.
Je moet het vel van de beer niet verkopen voor hij geschoten is.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
Every minute counts.
Elke minuut telt.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
Every person counts.
Iedereen telt.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
He can't count.
Hij kan niet tellen.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
I count to ten.
Ik tel tot tien.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
I hope I can count on your discretion.
Ik hoop dat ik op uw discretie kan rekenen.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!

Synoniemen

1. enumerate: reckon, compute, number, add up, numerate, sum, tale
2. nobleman: peer
3. influence: weight, tell



dictionary extension
© dictionarist.com