address in Nederlands

Uitspraak
zn. adres (ook in de computerwereld); een (logische) geheugenpositie in een computersysteem die is aangeduid door een nummer of code; toespraak; lezing
ww. aanspreken; adresseren; zich wenden tot

Voorbeeldzinnen

Fill in your name and address.
Vul uw naam en adres in.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
First find out her name and address.
Ontdek eerst zijn naam en adres.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
He asked me my age, my name, my address, and so forth.
Hij vroeg naar mijn leeftijd, naam en adres enz.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
He changed his address.
Hij heeft zijn adres gewijzigd.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
I changed my address last month.
Ik ben afgelopen maand verhuisd.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
I gave him my address.
Ik gaf hem mijn adres.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
I gave Tom a fake address.
Ik gaf Tom een vals adres.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
I know her address.
Ik ken haar adres.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
I think it's time for me to get a new email address.
Ik denk dat het tijd is dat ik een nieuw e-mailadres aanmaak.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!
I wrote the wrong address on the envelope.
Ik schreef het foute adres op de envelop.
Uitspraak Uitspraak Uitspraak Report Error!




© dictionarist.com