Engels → Nederlands - dire

Uitspraak
bn. vreselijk, eng

Frans → Nederlands - dire

Uitspraak
1. (général) zeggen 2. (indication) zeggen
3. (ordre) zeggen 4. (avertissement) zeggen
5. (paroles) opzeggen 6. (information) vertellen; zeggen

Engels → Duits - dire

Uitspraak
adj. gräßlich, erschreckend

Engels → Engels - dire

Uitspraak
adj. dreadful, terrible, frightful, awful
v. say, tell; mention, put, state; admit
pref. un

Engels → Frans - dire

Uitspraak
adj. affreux; terrible

Engels → Indonesisch - dire

Uitspraak
a. mengerikan, menakuntukan, buruk sekali, sungguh-sungguh

Engels → Italiaans - dire

Uitspraak
agg. terribile, tremendo, atroce; sinistro, infausto; urgente, pressante, estremo

Engels → Pools - dire

Uitspraak
a. straszny, straszliwy, chmurny {przen.}

Engels → Portugees - dire

Uitspraak
adj. horrendo, medonho, horrível

Engels → Roemeens - dire

Uitspraak
a. groaznic, crud, abominabil, înfricoşător, lugubru

Engels → Russisch - dire

Uitspraak
прил. ужасный, страшный, крайний, полный

Engels → Spaans - dire

Uitspraak
adj. horrendo, calamitoso, espantoso, hórrido, terrible

Engels → Oekraïens - dire

Uitspraak
a. жахливий, зловісний, крайній

Frans → Engels - dire

Uitspraak
v. say, tell; mention, put, state; admit

Italiaans → Engels - dire

Uitspraak
v. say, tell, utter; claim, declare; speak, talk; bid; mean

Spaans → Engels - dire

Uitspraak
n. director, manager

Engels → Grieks - dire

Uitspraak
επίθ. τρομερός, φρικτός, έσχατος

Engels → Turks - dire

Uitspraak
s. korkunç, dehşetli; müthiş; uğursuz; son derece

Frans → Duits - dire

Uitspraak
v. sagen, sprechen, reden, erzählen, bieten, beten, lesen, halten, abhalten, aufsagen, aussagen, aussprechen, vortragen, erkennen lassen, darbieten, ausdrücken

Italiaans → Duits - dire

Uitspraak
v. sagen, aufsagen, aussagen, hinsagen, vorsagen, schwatzen, schwätzen, verzapfen, hervorbringen, sprechen, lauten, lehren, antworten, erwidern, vortragen, beten, erzählen, berichten, behaupten, heißen, nennen, raten, ausdrücken, anziegen, halten, meinen

Frans → Italiaans - dire

Uitspraak
1. (général) dire 2. (indication) indicare
3. (ordre) dire 4. (avertissement) dire
5. (paroles) dire 6. (information) dire a; far sapere a

Frans → Portugees - dire

Uitspraak
1. (général) dizer 2. (indication) mostrar
3. (ordre) dizer 4. (avertissement) dizer; avisar
5. (paroles) dizer 6. (information) dizer; contar

Frans → Russisch - dire

Uitspraak
v. говорить, передавать, сказать, высказать, молвить, рассказывать, приговаривать, наговаривать, гласить (о законе), выражать, формулировать

Frans → Spaans - dire

Uitspraak
1. (général) decir 2. (indication) indicar
3. (ordre) decir 4. (avertissement) decir
5. (paroles) decir 6. (information) decir

Italiaans → Frans - dire

Uitspraak
1. (generale) dire 2. (indicazione) en dire long; témoigne de {formal}; dénoter; révéler; être l'indice de
3. (ordine) dire 4. (avvertimento) dire; prévenir
5. (racconto) raconter; conter 6. (parole) dire; réciter

Frans → Turks - dire

Uitspraak
söylemek; demek; anlatmak; bildirmek; okumak

Engels → Arabisch - dire

Uitspraak
‏رهيب، أليم‏

Engels → Chinees - dire

Uitspraak
(形) 可怕的, 阴惨的, 悲惨的

Engels → Chinees - dire

Uitspraak
(形) 可怕的, 陰慘的, 悲慘的

Engels → Hindi - dire

Uitspraak
a. ख़ौफ़नाक, दिल दहलानेवाला, भयानक, डरावना, ग़ैरमामूली, अत्यंत

Engels → Japans - dire

Uitspraak
(形) 恐ろしい; 緊急の; 極度の

Engels → Koreaans - dire

Uitspraak
형. 무서운, 긴박한, 끔찍한

Engels → Vietnamees - dire

Uitspraak
a. tai hại, khốc liệt, tàn khốc


© dictionarist.com