Engels → Nederlands - defraud

Uitspraak
ww. bedriegen, bezwendelen

Engels → Duits - defraud

Uitspraak
v. betrügen, hintergehen

Engels → Engels - defraud

Uitspraak
v. deprive of property through fraud, swindle, cheat

Engels → Frans - defraud

Uitspraak
v. frauder

Engels → Indonesisch - defraud

Uitspraak
v. menggelapkan uang, menipu

Engels → Italiaans - defraud

Uitspraak
v. defraudare, frodare

Engels → Pools - defraud

Uitspraak
v. oszukać, okradać, defraudować, oszukiwać

Engels → Portugees - defraud

Uitspraak
v. defraudar, enganar

Engels → Roemeens - defraud

Uitspraak
v. înşela, defrauda, delapida, frauda

Engels → Russisch - defraud

Uitspraak
г. обманывать, обманом лишать, выманивать

Engels → Spaans - defraud

Uitspraak
v. defraudar, engañar, estafar, trampear; desilusionar

Engels → Oekraïens - defraud

Uitspraak
v. обманювати, відбирати

Engels → Grieks - defraud

Uitspraak
ρήμ. εξαπατώ, αφαιρώ με απάτη

Engels → Turks - defraud

Uitspraak
f. dolandırmak, hakkını yemek, aldatmak; elinden almak

Engels → Arabisch - defraud

Uitspraak
‏خدع، سلب بالاحتيال‏

Engels → Chinees - defraud

Uitspraak
(动) 欺骗

Engels → Chinees - defraud

Uitspraak
(動) 欺騙

Engels → Hindi - defraud

Uitspraak
v. धोखा देना, ढकोसला करना, झूठ बोलना, धोखा देकर लेना, धोखा देकर ले लेना, ख़ुशामद करके लेना, चापलूसी करके लेना, कपट करके हरना, छलना

Engels → Japans - defraud

Uitspraak
(動) 詐取する

Engels → Koreaans - defraud

Uitspraak
동. 속여서 빼앗다, 속이다

Engels → Vietnamees - defraud

Uitspraak
v. lận, ăn gian, ăn lận


Werkwoordsvormen

Present participle: defrauding
Present: defraud (3.person: defrauds)
Past: defrauded
Future: will defraud
Present conditional: would defraud
Present Perfect: have defrauded (3.person: has defrauded)
Past Perfect: had defrauded
Future Perfect: will have defrauded
Past conditional: would have defrauded
© dictionarist.com