Nederlands → Engels - deficit

Uitspraak
n. deficit, loss

Engels → Nederlands - deficit

Uitspraak
zn. gebrek, gemis; tekort, deficit

Nederlands → Frans - deficit

Uitspraak
(handel - financiën) déficit (m); découvert (m)

Engels → Duits - deficit

Uitspraak
n. Mangel; Fehlbetrag, Defizit

Engels → Engels - deficit

Uitspraak
n. lack; shortage
n. deficit, gap
n. deficit, deficiency, shortage, shortfall

Engels → Frans - deficit

Uitspraak
n. déficit, manque; découvert

Engels → Indonesisch - deficit

Uitspraak
n. defisit, kekurangan, ketekoran

Engels → Italiaans - deficit

Uitspraak
s. (Econ) deficit, disavanzo

Engels → Pools - deficit

Uitspraak
n. deficyt, niedobór

Engels → Portugees - deficit

Uitspraak
s. déficit; falta

Engels → Roemeens - deficit

Uitspraak
n. deficit, manco, minus

Engels → Russisch - deficit

Uitspraak
с. дефицит, нехватка, недочет, недостача, брешь

Engels → Spaans - deficit

Uitspraak
s. déficit, descubierto, faltante

Engels → Oekraïens - deficit

Uitspraak
n. дефіцит, нестача, недолік, манко, нестаток

Italiaans → Engels - deficit

Uitspraak
n. deficit, deficiency, shortage, shortfall

Roemeens → Engels - deficit

n. deficit, shortcoming, deficiency, shortage

Engels → Grieks - deficit

Uitspraak
ουσ. έλλειμμα

Engels → Turks - deficit

Uitspraak
i. hesap açığı, açık; eksiklik; dezavantaj

Italiaans → Duits - deficit

Uitspraak
n. verlust, defizit

Italiaans → Frans - deficit

Uitspraak
1. (affari - finanze) déficit (m); découvert (m)
2. (denaro) déficit (m)

Engels → Arabisch - deficit

Uitspraak
‏عجز بشكل عام‏

Engels → Chinees - deficit

Uitspraak
(名) 赤字; 不足额

Engels → Chinees - deficit

Uitspraak
(名) 赤字; 不足額

Engels → Hindi - deficit

Uitspraak
n. कमी, न्यूनता, घाटा, अभाव, टोटा

Engels → Japans - deficit

Uitspraak
(名) 不足分

Engels → Koreaans - deficit

Uitspraak
명. 부족; 결핍

Engels → Vietnamees - deficit

Uitspraak
n. số thiếu, hụt, lỗ, bù vào chỗ thiếu


© dictionarist.com