Engels → Nederlands - debase

Uitspraak
ww. vernederen; munt vervalsen

Engels → Duits - debase

Uitspraak
v. herabwürdigen, entwerten; fälschen (Münzen)

Engels → Engels - debase

Uitspraak
v. humiliate, degrade; reduce the value of a coin by increasing its base-metal content
v. should, shall; must; owe
v. be due to, be on account of

Engels → Frans - debase

Uitspraak
v. rabaisser, faire de la fausse monnaie

Engels → Indonesisch - debase

Uitspraak
v. merendahkan derajat, merendahkan martabat, menurunkan mutu, menurunkan nilai, menghinakan

Engels → Italiaans - debase

Uitspraak
v. abbassare, avvilire, degradare; (Econ) svilire, svalutare, deprezzare

Engels → Pools - debase

Uitspraak
v. upodlić, nikczemnić, poniżyć, deprecjonować, fałszować, upadlać

Engels → Portugees - debase

Uitspraak
v. humilhar; falsificar a moeda

Engels → Roemeens - debase

Uitspraak
v. devaloriza, deprecia, degrada, deteriora, coborî, înjosi, falsifica

Engels → Russisch - debase

Uitspraak
г. понижать качество, понижать ценность, портить, унижать достоинство, унижаться

Engels → Spaans - debase

Uitspraak
v. envilecer, abellacar, acanallar, avillanar, corromper, encanallar, hacer rastrero, rebajar, vilificar; desmejorar

Engels → Oekraïens - debase

Uitspraak
v. знижувати якість, псувати, принижувати гідність

Engels → Grieks - debase

Uitspraak
ρήμ. εξευτελίζω, υποτιμώ

Engels → Turks - debase

Uitspraak
f. itibarını küçültmek, küçük düşürmek, alçaltmak; değerini düşürmek, bozmak; sahtesini yapmak

Engels → Arabisch - debase

Uitspraak
‏أهان، ذل، غش، خفض، حط من قدر كذا‏

Engels → Chinees - debase

Uitspraak
(动) 贬低; 降低

Engels → Chinees - debase

Uitspraak
(動) 貶低; 降低

Engels → Hindi - debase

Uitspraak
v. पदवी घटाना, भ्रष्ट करना, अवमूल्यन करना, मूल्य घटाना, मूल्य कम करना, मिलावट करना

Engels → Japans - debase

Uitspraak
(動) 落とす; 質を低下させる

Engels → Koreaans - debase

Uitspraak
동. 떨어뜨리다, 저하시키다

Engels → Vietnamees - debase

Uitspraak
v. làm xấu đi, giãm giá trị, ngụy tạo, hèn hạ


Werkwoordsvormen

Present participle: debasing
Present: debase (3.person: debases)
Past: debased
Future: will debase
Present conditional: would debase
Present Perfect: have debased (3.person: has debased)
Past Perfect: had debased
Future Perfect: will have debased
Past conditional: would have debased
© dictionarist.com