Engels → Nederlands - cycle

Uitspraak
zn. kringloop, omloop; jaargang; periode; cyclus
ww. fietsen

Frans → Nederlands - cycle

Uitspraak
1. (général) cyclus (m)
2. (nature) kringloop (m)

Engels → Duits - cycle

Uitspraak
n. Kreis; Zyklus; Periode
v. Rad fahren

Engels → Engels - cycle

Uitspraak
n. series (of poems, stories, etc.); recurring period of time; long period of time
v. ride a bicycle
n. cycle, series (of poems, stories, etc.); recurring period of time

Engels → Frans - cycle

Uitspraak
n. cycle; période; révolution (d'un astre)
v. faire du vélo, monter à bicyclette

Engels → Indonesisch - cycle

Uitspraak
n. putaran, edaran, peredaran, seri, sepeda
v. sepeda: naik sepeda, berlereng

Engels → Italiaans - cycle

Uitspraak
s. ciclo; serie; bicicletta; triciclo; periodo
v. andare in bicicletta; superare un ciclo; ricorrere periodicamente, avere un andamento ciclico

Engels → Pools - cycle

Uitspraak
n. cykl, obieg, okres, menstruacja, rower
v. rower: jechać na rowerze

Engels → Portugees - cycle

Uitspraak
s. círculo; ciclo; período
v. andar de bicicleta

Engels → Roemeens - cycle

Uitspraak
n. ciclu, timp, perioadă, serie, bicicletă, velociped, motocicletă
v. mişca: se mişca în ciclu, reveni la intervale regulate, merge cu bicicletă, merge cu motocicletă

Engels → Russisch - cycle

Uitspraak
с. цикл, круг; шаг цикла, такт процессора; круговой процесс, круговорот, кругооборот; велосипед
г. совершать цикл развития, делать обороты, ездить на велосипеде

Engels → Spaans - cycle

Uitspraak
s. ciclo, círculo; bicicleta
v. ir en bicicleta

Engels → Oekraïens - cycle

Uitspraak
n. цикл, період, циклічність, круговий процес, велосипед
v. цикл: проходити цикл розвитку, повторюватися циклічно, рухатися по колу

Frans → Engels - cycle

Uitspraak
(m) n. cycle, series (of poems, stories, etc.); recurring period of time

Engels → Grieks - cycle

Uitspraak
ουσ. μοτοσυκλέτα, κύκλος, περίοδος, ποδήλατο
ρήμ. ποδηλατώ, κάνω ποδήλατο

Engels → Turks - cycle

Uitspraak
f. devir yaptırmak, devreden geçirmek; bisiklete binmek; pedal çevirmek
i. dolaşım, dönme; devre, aşama, zaman; devir; dizi, seri; bisiklet; motosiklet

Frans → Duits - cycle

Uitspraak
n. kreislauf, zyklus

Frans → Italiaans - cycle

Uitspraak
1. (général) ciclo (m)
2. (nature) ciclo (m)

Frans → Portugees - cycle

Uitspraak
1. (général) ciclo (m)
2. (nature) ciclo (m)

Frans → Russisch - cycle

Uitspraak
n. цикл (m), период (m)

Frans → Spaans - cycle

Uitspraak
1. (général) ciclo (m)
2. (nature) ciclo (m)

Frans → Turks - cycle

Uitspraak
[le] çevrim, devir; ortaöğrenim bölümü; bisiklet

Engels → Arabisch - cycle

Uitspraak
‏دورة، دراجة هوائية، شوط، دور، عصر من الزمن، المجموعة، سلسلة من الحكايات‏
‏ركب دراجة‏

Engels → Chinees - cycle

Uitspraak
(名) 周期; 自行车; 循环
(动) 循环; 骑自行车; 轮转; 使循环; 使轮转

Engels → Chinees - cycle

Uitspraak
(名) 周期; 自行車; 迴圈
(動) 循環; 騎自行車; 輪轉; 使循環; 使輪轉

Engels → Hindi - cycle

Uitspraak
n. साइकिल, चक्र, आवर्तन

Engels → Japans - cycle

Uitspraak
(名) 一続き(詩や物語など); 一巡り; 循環; 周期
(動) 自転車に乗る; 循環する; 周期的に起こる

Engels → Koreaans - cycle

Uitspraak
명. 연속, 반복 ( 시나 이야기의); 순환; 순환기, 주기
동. 순환하다, 자전거를 타다, 자전거를 타고 가다

Engels → Vietnamees - cycle

Uitspraak
n. chu kỳ, sự tuần hoàn, chu trình, xe máy, thi tập, xe đạp, tuần trăng
v. đi xe đạp, đi bằng xe đạp


dictionary extension

Werkwoordsvormen

Present participle: cycling
Present: cycle (3.person: cycles)
Past: cycled
Future: will cycle
Present conditional: would cycle
Present Perfect: have cycled (3.person: has cycled)
Past Perfect: had cycled
Future Perfect: will have cycled
Past conditional: would have cycled
© dictionarist.com