Engels → Nederlands - curtail

Uitspraak
ww. bekorten, verminderen

Engels → Duits - curtail

Uitspraak
v. einschränken, kürzen, einkürzen

Engels → Engels - curtail

Uitspraak
v. decrease, reduce, shorten, cut short

Engels → Frans - curtail

Uitspraak
v. diminuer, réduire les dépenses

Engels → Indonesisch - curtail

Uitspraak
v. membatasi, mengurangi, mempersingkat, memperpendek

Engels → Italiaans - curtail

Uitspraak
v. accorciare, abbreviare, tagliar corto a; ridurre, diminuire

Engels → Pools - curtail

Uitspraak
v. obciąć, uszczuplać, skracać, pozbawiać, obcinać, uszczuplić, skrócić, pozbawić

Engels → Portugees - curtail

Uitspraak
v. cortar; abreviar

Engels → Roemeens - curtail

Uitspraak
v. prescurta, reduce, tăia din

Engels → Russisch - curtail

Uitspraak
г. сокращать, укорачивать, укоротить, урезывать

Engels → Spaans - curtail

Uitspraak
v. reducir, abreviar, recortar, restringir; cohibir, reprimir

Engels → Oekraïens - curtail

Uitspraak
v. скорочувати, урізувати, зменшувати

Engels → Grieks - curtail

Uitspraak
ρήμ. περικόπτω

Engels → Turks - curtail

Uitspraak
f. kısa kesmek, kısaltmak, kısmak; düşürmek

Engels → Arabisch - curtail

Uitspraak
‏بتر، إختصر‏

Engels → Chinees - curtail

Uitspraak
(动) 缩减, 简略, 剥夺

Engels → Chinees - curtail

Uitspraak
(動) 縮減, 簡略, 剝奪

Engels → Hindi - curtail

Uitspraak
v. संक्षिप्त करना, घटाना

Engels → Japans - curtail

Uitspraak
(動) 切り詰める; 短縮する

Engels → Koreaans - curtail

Uitspraak
동. 줄이다, 삭감하다, 축소하다

Engels → Vietnamees - curtail

Uitspraak
v. cắt ngắn, hạn chế, cướp đoạt


Werkwoordsvormen

Present participle: curtailing
Present: curtail (3.person: curtails)
Past: curtailed
Future: will curtail
Present conditional: would curtail
Present Perfect: have curtailed (3.person: has curtailed)
Past Perfect: had curtailed
Future Perfect: will have curtailed
Past conditional: would have curtailed
© dictionarist.com