Engels → Nederlands - construction

Uitspraak
zn. gebouw; bouwplaats, bouw; betekenis

Frans → Nederlands - construction

Uitspraak
1. (général) gebouw (n); constructie (f)
2. (industrie) bouw (m); constructie (f)
3. (activité) constructie (f); bouwen (n); bouw (m) 4. (général) bouwvak (n)

Engels → Duits - construction

Uitspraak
n. Konstruktion, Gebäude, Bauen; Bedeutung

Engels → Engels - construction

Uitspraak
n. act of building; something that has been built; meaning
n. building, construction; make; manufacturing

Engels → Frans - construction

Uitspraak
n. construction, édifice, chantier; signification, interprétation

Engels → Indonesisch - construction

Uitspraak
n. pembangunan, pendirian, penegakan, bina, pembuatan, pembikinan, pembaikan, bangunan, tafsiran, pengartian, arti, susunan, bentuk, konstruksi

Engels → Italiaans - construction

Uitspraak
s. costruzione; struttura; (fig) interpretazione, spiegazione, senso; costrutto

Engels → Pools - construction

Uitspraak
n. architektura, zbudowanie, budowa, budowla, gmach, konstrukcja, interpretacja

Engels → Portugees - construction

Uitspraak
s. construção, prédio, edifício; significado

Engels → Roemeens - construction

Uitspraak
n. construire, construcţie, clădire, zidire, alcătuială, interpretare, explicaţie

Engels → Russisch - construction

Uitspraak
с. строительство, стройка, конструкция, сооружение, строение, здание, истолкование, построение

Engels → Spaans - construction

Uitspraak
s. construcción, edificación, estructura; hechura

Engels → Oekraïens - construction

Uitspraak
n. будівництво, будування, конструкція, споруда, тлумачення, збудування, проведення

Frans → Engels - construction

Uitspraak
(f) n. building, construction; make; manufacturing

Engels → Grieks - construction

Uitspraak
ουσ. κατασκευή, κατασκεύασμα, κτίριο, δομή, οικοδομή, κτίση, ερμηνεία, έννοια, σύνταξη γραμματική

Engels → Turks - construction

Uitspraak
i. inşa etme, yapma, inşa, kurma, inşaat, yapı; çizim; yorum, anlam

Frans → Duits - construction

Uitspraak
n. bebauung, erbauung, anlage, errichtung, konstruktion, erstellung, aufbauarbeit, entstehung, bau, anbau, bauwerk, gebäude

Frans → Italiaans - construction

Uitspraak
1. (général) costruzione (f); fabbricato (m); edificio (m)
2. (industrie) edilizia (f)
3. (activité) costruzione (f) 4. (général) edilizia (f)

Frans → Portugees - construction

Uitspraak
1. (général) construção (f); prédio (m); edifício (m)
2. (industrie) construção civil
3. (activité) construção (f) 4. (général) construção civil

Frans → Russisch - construction

Uitspraak
n. конструкция (f), строительство (f), возведение (f), постройка (f), стройка (f), сооружение (f), построение (f), строение (f), здание (f), геометрический: геометрическое построение

Frans → Spaans - construction

Uitspraak
1. (général) edificio (m); construcción (f)
2. (industrie) construcción (f)
3. (activité) construcción (f) 4. (général) construcción (f)

Frans → Turks - construction

Uitspraak
[la] yapılış; yapma; yapı; bina

Engels → Arabisch - construction

Uitspraak
‏بناء مهنة، بنية، مبنى، تفسير، بناء عمارة، عمران، رسم شكل هندسي، العمران‏

Engels → Chinees - construction

Uitspraak
(名) 建筑; 解释; 建筑物

Engels → Chinees - construction

Uitspraak
(名) 建築; 解釋; 建築物

Engels → Hindi - construction

Uitspraak
n. निर्माण, बनावट, तामीर, निर्मित वस्तु, गठन

Engels → Japans - construction

Uitspraak
(名) 建造; 建築様式; 建造物; 構成

Engels → Koreaans - construction

Uitspraak
명. 건물을 짓기; 건축물; 해석, 설명

Engels → Vietnamees - construction

Uitspraak
n. sự xây dựng, sự giải thích, sự kiến trúc, sự cất lên, sự chế tạo, cách đặt câu, sự làm lên, sự kiến tạo


© dictionarist.com